Spring naar inhoud

Jaarrekening

1. Geconsolideerde balans per 31 dec. 2024

(Bedragen x € 1.000, voor resultaatbestemming)

  ACTIVA 31-12-2024 31-12-2023
 Ref. VASTE ACTIVA    
M1102 Vastgoedbeleggingen    
M11028 DAEB vastgoed in exploitatie 903.877 875.961
M11020 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 427.308 434.931
M11024 Onroerende zaken – Kopen naar Wens 60.837 62.047
M11021 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 10.331 16.035
    1.402.353 1.388.974
M1102 Materiële vaste activa    
M11022 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 8.983 8.986
    8.983 8.986
M1103 Financiële vaste activa    
M11033 Andere deelnemingen 2 2
M11039 Overige vorderingen 27.229 27.219
    27.231 27.221
       
    1.438.567 1.425.181
       
  VLOTTENDE ACTIVA    
       
M1112 Vorderingen    
M11120 Huurdebiteuren 255 498
M11164 Belastingen en premies sociale verzekeringen 234 3.328
M11126 Overige vorderingen 1.274 1.247
M11127 Overlopende activa 2 34
    1.765 5.107
       
M1114 Liquide middelen 18.570 12.576
       
    20.335 17.683
       
  TOTAAL 1.458.902 1.442.864

(Bedragen x € 1.000, voor resultaatbestemming)

  PASSIVA 31-12-2024 31-12-2023
Ref. VERMOGEN LANG    
M1105 Eigen vermogen    
M11053 Herwaarderingsreserve 712.672 722.391
M11053 Overige reserve 454.681 470.220
M11054 Resultaat na belastingen van het boekjaar 2.722 -25.256
    1.170.075 1.167.355
       
M1107 Voorzieningen    
M11073 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen 159 3.473
M11072 Latente belastingverplichtingen 2.214 2.188
M11074 Overige voorzieningen 172 194
    2.545 5.855
       
M1108 Langlopende schulden    
M11081 Schulden aan banken 233.586 220.997
M11084 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 35.994 36.109
M11083 Overige schulden 651 642
    270.231 257.748
       
    1.442.851 1.430.956
  VERMOGEN KORT    
M1116 Kortlopende schulden    
M11160 Schulden aan banken 7.411 2.970
M11162 Schulden aan leveranciers en handelskredieten 1.194 1.809
M11164 en M11165 Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen 1.883 2.430
M11167 Overige schulden 519 240
M11168 Overlopende passiva 4.810 4.457
    15.817 11.906
       
  TOTAAL 1.458.668 1.442.864

2. Geconsolideerde winst- en verliesrekening over 2024

(Bedragen x € 1.000) volgens het functioneel model

    2024 2023
Ref. EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE    
  Huuropbrengsten 53.412 51.967
  Opbrengsten servicecontracten 2.438 2.972
  Lasten servicecontracten -2.438 -2.972
  Lasten verhuur en beheeractiviteiten -7.307 -5.653
  Lasten onderhoudsactiviteiten -16.383 -18.910
  Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -3.112 -2.914
  Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 26.610 24.490
       
  VERKOOP VASTGOEDPORTEFEUILLE    
  Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 8.402 10.905
  Toegerekende organisatiekosten -1.340 -1.091
  Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -5.705 -7.576
  Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 1.357 2.238
       
  NIET-GEREALISEERDE WAARDEVERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE    
  Overige waardeveranderingen van vastgoedportefeuille -2.176 -3.810
  Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -10.385 -32.942
  Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarde 2.123 -3.075
  Waardeveranderingen vastgoedportefeuille -10.438 -39.827
       
  OVERIGE ACTIVITEITEN    
  Opbrengst overige activiteiten 182 145
  Kosten overige activiteiten -173 -138
  Netto resultaat overige activiteiten 9 7
       
  Overige organisatiekosten -2.180 -2.080
  Leefbaarheid -532 -575
  FINANCIELE BATEN EN LASTEN    
  Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 1.223 964
  Rentelasten en soortgelijke kosten -6.866 -6.593
  Saldo financiële baten en lasten -5.643 -5.629
       
  RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING VOOR BELASTINGEN 9.183 -21.376
  Belastingen -6.461 -3.880
  RESULTAAT NA BELASTINGEN (TOTAALRESULTAAT) 2.722 -25.256

3. Geconsolideerd kasstroomoverzicht 2024

Volgens de directe methode

(Bedragen x € 1.000)

  2024 2023
KASTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN    
Ontvangsten    
Huren 53.569 52.030
Vergoedingen 2.059 2.147
Renteontvangsten 362 418
Overige bedrijfsontvangsten 193 8
  56.183 54.603
Uitgaven    
Erfpacht -2 -4
Personeelsuitgaven -6.672 -6.690
Onderhoudsuitgaven -14.630 -15.182
Overige bedrijfsuitgaven -11.558 -12.051
Betaalde interest -6.682 -6.640
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat -129 -371
Leefbaarheid externe uitgaven niet investerings­gebonden -180 -173
Vennootschapsbelasting -3.341 -1.984
  -43.194 -43.095
KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN 12.989 11.508
     
KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN    
Materiële vaste activa - ingaande kasstroom    
Verkoopontvangsten bestaande huur 11.532 11.151
  11.532 11.151
Materiële vaste activa - uitgaande kasstroom    
Nieuwbouw huur -22.163 -18.569
Verbeteruitgaven -12.540 -10.335
Aankoop -959 -32
Investeringen overig -314 -610
  -35.976 -29.546
Financiële vaste activa - in en -uitgaande kasstroom    
- Ontvangsten verbindingen 16 7
- Uitgaven verbindingen -13 -46
  3 -39
     
KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN -24.441 -18.434
     
FINANCIERINGSACTIVITEITEN    
Nieuwe te borgen leningen 25.000 12.500
Aflossing geborgde leningen -7.554 -25.546
     
KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN 17.446 -13.046
     
MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN 5.994 -19.972
WIJZIGING KORTGELDMUTATIES (Collateral (margin call verplichting)) - -
     
Geldmiddelen aan het begin van de periode 12.576 32.548
Geldmiddelen aan het einde van de periode 18.570 12.576
MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN 5.994 -19.972

4. Algemene toelichting

4.1. Toegelaten instelling

Stichting Dudok Wonen (KvK-nummer 32023773), statutair gevestigd te Hilversum, Larenseweg 32, is een stichting met de status van toegelaten instelling conform artikel 19 eerste lid van de Woningwet. Zij is werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet en het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV).

4.2. Toegepaste standaarden

Conform de in het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 geformuleerde eisen voor toegelaten instellingen is de jaarrekening opgesteld volgens de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek behoudens enige uitzonderingen van specifieke aard, alsmede in overeenstemming met de beleidsregels Wet normering bezoldiging topfunctionarissen. In de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving is Richtlijn 645 Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting opgenomen die nadere interpretatie geeft aan de in Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek opgenomen voorschriften. In deze richtlijn zijn onder meer specifieke modellen voor de balans en winst-en-verliesrekening opgenomen. Richtlijn 645 geeft uitsluitend regels voor sectorspecifieke aangelegenheden. Voor de overige aangelegenheden zijn de algemeen geldende richtlijnen van toepassing.

4.3. Continuïteit

Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.

4.4. Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling

De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten of op actuele waarde. Voor zover niet anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde.

Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar Dudok Wonen zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld.

In de jaarrekening worden naast juridische verplichtingen tevens feitelijke verplichtingen verantwoord, die kunnen worden gekwantificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvorming- en communicatieproces rondom projectontwikkeling en renovatie.

Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer op de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer op de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.

De opbrengsten en kosten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben. Opbrengst wordt verantwoord indien alle belangrijke risico’s met betrekking tot de transactie zijn overgedragen aan de koper.

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s (bedragen x € 1.000). Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde duizendtal, tenzij anders vermeld.

4.4.1 Gebruik van schattingen

De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft.

De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar de mening van het management het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen:

  • Vastgoedbeleggingen, marktwaarde in verhuurde staat: DAEB vastgoed in exploitatie en het niet-DAEB vastgoed in exploitatie worden gewaardeerd tegen marktwaarde in verhuurde staat met inachtneming van de relevante feiten en omstandigheden van de markt waarop de toegelaten instelling actief is. De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van Dudok Wonen die rusten op het vastgoed. De overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de toegelaten instelling actief is. Dudok Wonen hanteert het waardebegrip van de marktwaarde in verhuurde staat: Het bedrag dat het waarderingscomplex bij complexgewijze verkoop naar schatting zal opbrengen nadat de verkoper het complex na de beste voorbereiding op de gebruikelijke wijze in de markt heeft aangeboden en waarbij de koper de onroerende zaak aanvaardt onder gestanddoening van de lopende huurovereenkomsten met alle daaraan verbonden rechten en plichten. In de waardering is een groot aantal schattingselementen opgenomen. Voor de woningen en parkeerplaatsen zijn de aannames en uitgangspunten van de basiswaardering in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024 gehanteerd. Voor de gehanteerde aannames en uitgangspunten (inclusief de disconteringsvoet) bij de waardering van het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed is door een externe taxateur een taxatierapport met betrekking tot de marktconformiteit afgegeven.
  • Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie: bepaling van het moment van aangaan van de feitelijke verplichtingen inzake investeringen nieuwbouw, woningverbetering en renovatie ten behoeve van het bepalen en treffen van een voorziening voor onrendabele investeringen. Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Dudok Wonen zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw-, woningverbetering of renovatieprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van Dudok Wonen. De financiële impact van voornoemde feitelijke verplichtingen kan afwijken bij daadwerkelijke realisatie. De realisatie kan onder meer wijzigen als gevolg van wettelijke procedures, aanpassingen in voorgenomen bouwproductie en in prijsniveau van leveranciers.
  • Aannames en veronderstellingen gehanteerd bij de bepaling van de belastingpositie (inclusief latente belastingpositie). Dit betreft met name de uitgangspunten en veronderstellingen met betrekking tot de voor de waardering van de belastingpositie gehanteerde prognose van toekomstige verwachte fiscale resultaten.

4.5. Grondslagen voor consolidatie

De geconsolideerde jaarrekening omvat de financiële gegevens van Dudok Wonen en haar groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop overheersende zeggenschap kan worden uitgeoefend dan wel waarover de centrale leiding bestaat. Groepsmaatschappijen zijn deelnemingen waarin Dudok Wonen een meerderheidsbelang heeft, of waarin op een andere wijze een beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Bij de bepaling of beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend worden financiële instrumenten die potentiële stemrechten bevatten en direct kunnen worden uitgeoefend betrokken.

Nieuw verworven deelnemingen worden in de consolidatie betrokken vanaf het tijdstip waarop beleidsbepalende invloed kan worden uitgeoefend. Afgestoten deelnemingen worden in de consolidatie betrokken tot het tijdstip van beëindiging van deze invloed.

In de geconsolideerde jaarrekening zijn de onderlinge schulden, vorderingen en transacties geëlimineerd, evenals de binnen de groep gemaakte winsten en verliezen.

De groepsmaatschappijen zijn integraal geconsolideerd.

In de consolidatie worden deelnemingen tegen nettovermogenswaarde opgenomen voor zover eenzelfde invloed op het beleid kan worden uitgeoefend als door elk der overige participanten (joint venture accounting).

De in de consolidatie begrepen rechtspersonen en vennootschappen zijn:

    Stichting Dudok wonen    
    (toegelaten instelling)    
           
           
Goois Wonen B.V.     Dudok Ontwikkeling B.V.
   
GECONSOLIDEERDE ENTITEITEN    
Volledig geconsolideerd Statutaire zetel (Indirect) kapitaalbelang
Goois Wonen B.V. Hilversum 100% (D)
Dudok Ontwikkeling B.V. Hilversum 100% (D)

De geconsolideerde entiteiten hebben de volgende activiteiten:

  • Goois Wonen B.V.: het beleggen van vermogen en beheer en verhuur van onroerend goed.
  • Dudok Ontwikkeling B.V.: het realiseren van (huur)woningen.

De Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) waarin Dudok Wonen participeert zijn niet geconsolideerd. Voor de VvE’s waarin Dudok Wonen met 50% of meer participeert wordt er een beroep gedaan op artikel 407 lid 1a ‘gezamenlijke betekenis te verwaarlozen is op het geheel’. Consolidatie van de belangen in de VvE’s heeft overigens geen gevolgen voor het eigen vermogen van Dudok Wonen.

Dudok Wonen of haar groepsmaatschappijen participeren in 90 actieve VvE’s (91 actieve VvE’s in 2023). Deze participaties vloeien voort uit het gevoerde beleid om woningen uit de bestaande voorraad te verkopen.

4.6. Presentatiewijzigingen

Er zijn geen presentatiewijziging in 2024.

4.7. Stelselwijziging

Met ingang van het verslagjaar dat aanvangt op of na 1 januari 2024 behoeft bij het toelichten van de beleidswaarde de vier afslagen op de marktwaarde niet meer te worden toegelicht. De beleidswaarde is dus niet langer een afgeleide van de marktwaarde. De beleidswaarde wordt bepaald op basis van eigen beleidsuitgangspunten gebruik makend van een sociale disconteringsvoet en een exploitatieperiode van 60 jaar.

4.8. Financiële instrumenten

Financiële instrumenten omvatten investeringen in aandelen en obligaties, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, handelsschulden en overige te bepalen posten.

Financiële instrumenten omvatten tevens in contracten besloten afgeleide financiële instrumenten (derivaten). Financiële instrumenten worden bij de eerste opname verwerkt tegen reële waarde.
In contracten besloten financiële instrumenten die niet worden gescheiden van het basiscontract, worden verwerkt in overeenstemming met het basiscontract.
Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd.

4.8.1 Verstrekte leningen en overige vorderingen

Verstrekte leningen en overige vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderings­verliezen.

4.8.2 Dividenden

Dividenden worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord op het moment dat deze betaalbaar zijn gesteld.

4.8.3 Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen

Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde en na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode.

De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

4.8.4 Afgeleide financiële instrumenten

Afgeleide instrumenten worden gewaardeerd op kostprijs of lagere marktwaarde, tenzij hedge accounting onder het kostprijs hedge model wordt toegepast.

Indien afgeleide instrumenten niet langer voldoen aan de voorwaarden voor ‘hedge accounting’, aflopen of worden verkocht of wanneer de onderneming niet langer kiest voor hedge accounting wordt hedge accounting beëindigd.

Indien kostprijs hedge accounting wordt toegepast vindt eerste waardering plaats tegen reële waarde. Zolang het afgeleide instrument betrekking heeft op afdekking van het specifieke risico van de toekomstige transactie die naar verwachting zal plaatsvinden, vindt geen herwaardering van dit instrument plaats. Zodra de verwachte toekomstige transactie leidt tot verantwoording in de winst-en-verliesrekening, wordt de met het afgeleide instrument samenhangende winst of het met het afgeleide instrument samenhangende verlies eveneens in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

Indien afgeleide instrumenten aflopen of worden verkocht, worden de afdekkingsrelaties beëindigd. De cumulatieve winst die of het cumulatieve verlies dat tot dat moment nog niet in de winst-en-verliesrekening was verwerkt, wordt als overlopende post in de balans opgenomen totdat de afgedekte transacties plaatsvinden. Indien de transacties naar verwachting niet meer plaatsvinden, wordt de cumulatieve winst of het cumulatieve verlies overgeboekt naar de winst-en-verliesrekening.

Dudok Wonen documenteert de hedge relaties in specifieke hedge documentatie en toetst periodiek de effectiviteit van de hedge relaties door vast te stellen dat er sprake is van een effectieve hedge respectievelijk dat er geen sprake is van overhedges.

Op elke balansdatum bepaalt Dudok Wonen de mate van ineffectiviteit van de combinatie van het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie (de hedge relatie). De mate van ineffectiviteit van de hedge relatie wordt vastgesteld door het vergelijken van de kritische kenmerken van het afdekkingsinstrument en de afgedekte positie in de hedge relatie. Dudok Wonen hanteert voor deze vergelijking de volgende kritische kenmerken, omvang, looptijd, afgedekt risico en de wijze van afrekening van het afdekkingsinstrument en afgedekte positie. Indien de kritische kenmerken, beoordeeld in de context van de hedge relatie, aan elkaar gelijk zijn (geweest), is geen sprake (geweest) van ineffectiviteit.

Indien de kritische kenmerken niet aan elkaar gelijk zijn (geweest), is sprake (geweest) van ineffectiviteit. In dat geval vindt de effectiviteitstest plaats door vergelijking van de cumulatieve verandering in reële waarde van een op afsluitdatum gedefinieerd hypothetisch afgeleid instrument, met een reële waarde van nihil op afsluitdatum (als proxy van de afgedekte positie), met de cumulatieve waardeverandering van het werkelijke afgeleide instrument. Indien de laatste een hogere negatieve waarde heeft dan het hypothetisch afgeleide instrument, wordt het verschil als ineffectiviteit in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

4.8.5 Derivaten aangehouden voor hedging doeleinden

De rentevoet van lopende en in de toekomst te verwachten zeer waarschijnlijke financieringen is variabel van aard en gebaseerd op 3-maands Euribor. In de analyse van de financiële risico’s heeft de Groep het risico van renteschommelingen onderkend en geconcludeerd dit risico niet zelf te willen dragen doch af te dekken door middel van derivaten.

Voor deze derivaten past Dudok Wonen kostprijshedge accounting toe op basis van generieke documentatie met vastlegging van:

  • de algemene hedgestrategie, hoe de hedgerelaties passen in de doelstellingen van risicobeheer en de verwachting aangaande de effectiviteit van deze hedgerelaties;
  • de in het soort hedgerelatie betrokken hedge-instrumenten en afgedekte posities.

Op het moment van de eerste verantwoording worden deze derivaten gerubriceerd als “Derivaten met toepassing van kostprijshedge-accounting”.De waardering en resultaatbepaling is als volgt:

  • Op moment van eerste waardering wordt de reële waarde van het derivaat bepaald; over het algemeen is de uitkomst daarvan een nihil-waarde en wordt geen actief- of passiefpost op de balans opgenomen.
  • De vervolgwaardering geschiedt tegen kostprijs of lagere marktwaarde waarbij een lagere of hogere waarde in geval van een effectieve hedge relatie voor de waardering en resultaatbepaling niet in aanmerking wordt genomen.
  • Op moment van eerste waardering alsmede tussentijds bij aanpassing van de contractuele afspraken met betrekking tot het derivaat en/of het afgedekte renterisico van de betreffende lening wordt bepaald of sprake is van ineffectiviteit. Daartoe wordt beoordeeld of het referentiebedrag van het derivaat niet groter is dan de omvang van de lening alsmede dat de kritische kenmerken zoals omvang, looptijd, renteherzieningsdata, momenten van betaling van rente en aflossing, basis voor de rentevoet en dergelijke van het derivaat en het afgedekte renterisico aan elkaar gelijk zijn.

Indien de kritische kenmerken niet aan elkaar gelijk zijn of zijn geweest, is dit een indicatie dat de hedge relatie een ineffectief deel bevat dat door middel van de dollar offset methode wordt berekend.Indien en voor zover de ineffectiviteit per balansdatum op cumulatieve basis in een verlies resulteert, wordt de ineffectiviteit verwerkt in de winst-en-verliesrekening van het betreffende boekjaar. Blijkt op een later moment dat het cumulatieve verlies wegens ineffectiviteit is afgenomen dan wordt deze afname ten gunste van de winst-en-verliesrekening gebracht.Kostprijshedge-accounting wordt beëindigd indien:

  • Het hedge-instrument afloopt, wordt verkocht, beëindigd of uitgeoefend. Het cumulatieve gerealiseerde resultaat op het hedge-instrument dat nog niet in de winst-en-verliesrekening is verwerkt toen er sprake was van een effectieve hedge, wordt afzonderlijk in de overlopende posten in de balans verwerkt tot de afgedekte transactie plaatsvindt.
  • De hedge-relatie niet meer voldoet aan de criteria voor hedge accounting. Indien de afgedekte positie een in de toekomst verwachte transactie betreft, vindt de verwerking van de hedgeresultaten als volgt plaats:
    -  Indien de verwachte transactie naar verwachting nog plaatsvindt, wordt hedge accounting vanaf dat moment stopgezet. Het hiermee samenhangende cumulatieve resultaat op het hedge-instrument dat in de periode waarin de hedge effectief was buiten de winst-en-verliesrekening of off-balance was gehouden, blijft afhankelijk van de situatie off balance of op de balans.

4.8.6 Bijzondere waardeverminderingen financiële activa

Ook voor financiële vaste activa, waaronder financiële instrumenten beoordeelt Dudok Wonen op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen bepaalt Dudok Wonen de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen, en verwerkt dit direct in de winst-en-verliesrekening.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs, wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument.

Een eventueel bijzonder waardeverminderingsverlies wordt teruggenomen indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking. De terugname wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs op het moment van de terugname, als geen sprake geweest zou zijn van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

5. Verdere uitwerking grondslagen voor waardering activa en passiva

5.1. Classificatie vastgoed naar typologie

De onroerende zaken in exploitatie worden op objectniveau geclassificeerd naar DAEB en niet-DAEB vastgoed op basis van het in 2017 door de Autoriteit woningcorporaties goedgekeurd definitief scheidingsvoorstel, aangepast voor transacties nadien tussen de DAEB respectievelijk de niet-DAEB tak.

5.2. Vastgoedbeleggingen

5.2.1 DAEB vastgoed in exploitatie & Niet-DAEB vastgoed in exploitatie

DAEB vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie worden gewaardeerd tegen actuele waarde. De actuele waarde betreft voor dit doel de marktwaarde in verhuurde staat.

Marktwaarde in verhuurde staat:
De marktwaarde in verhuurde staat is gebaseerd op beschikbare marktgegevens met inachtneming van de relevante feiten en omstandigheden van de markt waarop Dudok Wonen actief is. De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van Dudok Wonen die rusten op het vastgoed. De overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop zij actief is.

Onder paragraaf 9.1 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie en DAEB vastgoed in exploitatie zijn de gehanteerde veronderstellingen en uitgangspunten nader toegelicht.

Kasstroomgenererende eenheid:
Het interne beleid en de bedrijfsvoering van Dudok Wonen is gericht op sturing van de waarde van het vastgoed in exploitatie op basis van waarderingscomplexen.

Eerste waardering:
Bij de eerste verwerking wordt het vastgoed in exploitatie gewaardeerd tegen de kostprijs. De kostprijs omvat de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, inclusief transactiekosten en verminderd met eventuele investeringssubsidies. De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van de bestede externe kosten en de direct hieraan toerekenbare kosten. De in de toekomst te maken kosten voor sloop worden ten laste van het resultaat verantwoord in het jaar dat de exploitatie door sloop wordt beëindigd.


Uitgaven na eerste verwerking:
Uitgaven na eerste verwerking die voldoen aan de algemene activeringscriteria worden geactiveerd tegen kostprijs en vervolgens getoetst aan het verschil in marktwaarde van het complex vóór en na deze uitgaven. Het marktwaardeverschil wordt in het actief verwerkt als een waardevermindering of -vermeerdering en in het resultaat verantwoord als ‘Overige waardeveranderingen vastgoedbeleggingen’. Onderhoudsuitgaven en uitgaven voor renovatiewerkzaamheden worden slechts geactiveerd indien er sprake is van een waardeverhoging van het actief. De overige onderhoudslasten worden rechtstreeks ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht.


Waardering na eerste verwerking
Na eerste verwerking wordt het vastgoed in exploitatie gewaardeerd tegen actuele waarde, overeenkomstig artikel 35 lid 2 van de Woningwet. Onder actuele waarde wordt in dit verband verstaan de marktwaarde overeenkomstig het marktwaardebegrip “onderhandse verkoopwaarde in verhuurde staat”. Voortvloeiend uit artikel 14 van de Regeling Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (RTIV) is deze marktwaarde bepaald conform het “Handboek modelmatig waarderen marktwaarde – Actualisatie peildatum 31 december 2024”, derhalve de marktwaarde in verhuurde staat. Dudok Wonen past hiervoor ultimo 2024 de basiswaardering toe voor de woningen en parkeerplaatsen en de “full-variant” voor het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed. De marktwaarde in verhuurde staat is benaderd door de contante waarde van de geschatte toekomstige kasstromen te bepalen (discounted cash flow methode). Bij de basisvariant waardering is geen taxateur betrokken. Als gevolg hiervan bestaat het risico dat de modelmatig bepaalde actuele waarde van het vastgoed afwijkt van de actuele waarde die met betrokkenheid van een taxateur tot stand zou zijn gekomen. Na eerste verwerking wordt een waardevermindering of – vermeerdering als gevolg van de waardering tegen actuele waarde bepaald op complexniveau. De waardevermindering of - vermeerdering wordt in het resultaat verantwoord als ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’.

Jaarlijks vindt in de zomer na afloop van het jaarrekeningtraject een landelijke validatie van de basisversie plaats. Daarbij wordt door vergelijking met de full-versie achteraf aangegeven of de basisversie een marktwaarde uitkomst heeft gegeven die binnen acceptabele bandbreedte van de full-versie uitkomst ligt. Dit vormt input om de basisversie eventueel aan te passen. Deze inzichten zijn vanzelfsprekend nog niet bekend en niet meegenomen bij de totstandkoming van deze jaarrekening.

Complexindeling
Om de marktwaardewaardering van het vastgoed in exploitatie te bepalen, zijn alle verhuureenheden opgedeeld in waarderingscomplexen. Een waarderingscomplex is een samenstel van verhuureenheden dat in principe bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type vastgoed, bouwperiode en locatie, en dat als één geheel in verhuurde staat aan een derde partij kan worden verkocht. Alle verhuureenheden maken deel uit van een waarderingscomplex of zijn een afzonderlijk waarderingscomplex.


Doorexploiteer- en uitpondscenario

De geschatte toekomstige kasstromen worden bepaald op basis van de discounted cash flow (‘DCF’) methode. Voor woon- en parkeergelegenheden vindt de bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen plaats aan de hand van enerzijds het doorexploiteer scenario en anderzijds het uitpondscenario, mede op basis van artikel 31 van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV). De marktwaarde in verhuurde staat is op waarderingscomplex niveau bepaald op basis van de hoogste waardering van het doorexploiteer- of uitpondscenario, beide berekend op basis van de contante waarde van inkomende en uitgaande kasstromen.

Het doorexploiteerscenario veronderstelt dat verhuureenheden worden doorverhuurd, waarbij elk jaar bij een deel van de verhuureenheden de huurder verhuist. Bij de leegkomende verhuureenheden wordt verondersteld dat die eenheid opnieuw wordt verhuurd, waarbij de huur na mutatie wordt aangepast naar de potentiële huur op basis van de markthuur of de maximale huur op basis van het woningwaarderingstelsel. Aan het einde van een 15-jarige DCF-periode wordt een eindwaarde opgenomen. De kasstromen in de 15-jarige DCF-periode en deze eindwaarde worden vervolgens contant gemaakt naar balansdatum en opgeteld. De eindwaarde wordt bepaald op basis van de veronderstelling van doorexploiteren met een voortdurende looptijd, waarbij de afzonderlijke kasstromen zich ontwikkelen met de eigen groeivoet. 
Voor bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed alsmede voor studentencomplexen, parkeergelegenheden en intramuraal zorgvastgoed is alleen het doorexploiteerscenario van toepassing. 

Het uitpondscenario veronderstelt dat verhuureenheden bij mutatie leeg worden verkocht. In tegenstelling tot het doorexploiteerscenario wordt de huur voor deze verhuureenheden niet aangepast, maar wordt daarvoor in de plaats de verwachte verkoopkasstroom opgenomen. Aan het einde van een 15-jarige DCF-periode wordt een eindwaarde van de nog niet verkochte verhuureenheden opgenomen. De kasstromen in de 15-jarige DCF-periode en deze eindwaarde worden vervolgens contant gemaakt naar balansdatum en opgeteld. De eindwaarde wordt bepaald op het verder uitponden van de aan het eind van het 15e jaar nog niet verkochte woongelegenheden, waarbij de mutatiekans met 50% wordt gehalveerd ten opzichte van de mutatiekans in het doorexploiteerscenario en wordt gerekend met een verouderingstoeslag van 100% voor het instandhoudingsonderhoud.

Herwaardering
Jaarlijks wordt op balansdatum de actuele waarde van het vastgoed in exploitatie opnieuw bepaald. (Ongerealiseerde) winsten of verliezen ontstaan door een wijziging in de actuele waarde worden verantwoord in de winst-en-verliesrekening. Wanneer op complexniveau de actuele waarde de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs (kostprijs) overtreft, wordt een herwaarderingsreserve gevormd die wordt toegelicht bij het eigen vermogen. De boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs betreft de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs (derhalve niet verminderd met cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen).

5.2.2 Toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten en kasstromen aan de DAEB-tak en de niet-DAEB-tak

Het vastgoed in exploitatie wordt op basis van het in 2017 door de Autoriteit woningcorporaties goedgekeurd definitief scheidingsvoorstel plus eventuele verkopen binnen de Toegelaten Instelling tussen de DAEB- en niet-DAEB-tak geclassificeerd naar DAEB- en niet-DAEB vastgoed. Voor de toerekening van activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen aan deze DAEB-tak of niet-DAEB-tak is de volgende methodiek toegepast:

  • Wanneer activa, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen volledig zien op DAEB- of niet-DAEB-activiteiten, zijn deze volledig aan de DAEB-tak respectievelijk niet-DAEB-tak toegerekend;
  • Wanneer deze zien op zowel DAEB- als niet-DAEB activiteiten, zijn deze op basis van een verdeelsleutel toegerekend. Deze verdeelsleutel is gebaseerd op het aandeel DAEB-verhuureenheden ten opzichte van het aandeel niet-DAEB-verhuureenheden.
  • Vorderingen, verplichtingen, baten, lasten respectievelijk kasstromen uit hoofde van vennootschapsbelasting worden toegerekend aan de DAEB- of niet-DAEB-tak op basis van op basis van de relatieve verdeling qua aantal verhuureenheden.

5.2.3 Beleidswaarde

De beleidswaarde betreft de actuele waarde van het vastgoedbezit in exploitatie, gebaseerd op een sociale disconteringsvoet en voortdurende exploitatie volgens het huidige beleid van Dudok Wonen. De bepaling van de beleidswaarde betreft een schatting die derhalve schattingsonzekerheden in zich heeft.

De beleidswaarde van bedrijfsmatig, maatschappelijk en zorg onroerend goed alsmede van parkeergelegenheden wordt gelijkgesteld aan de marktwaarde in verhuurde staat.

Voor woongelegenheden wordt de beleidswaarde bepaald op basis van een contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen gebaseerd op voortdurende exploitatie. De waardering vindt op complexniveau plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in Bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2025 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024’). De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:

  • De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed.
  • Het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd, gebaseerd op een exploitatieperiode van zestig jaar. Dit betekent dat de inkomsten en uitgaven over deze termijn worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar balansdatum.
  • De gehanteerde disconteringsvoet over boekjaar 2024 bedraagt 4,17% voor het DAEB bezit en 4,7% voor het niet-DAEB bezit.
  • In de beleidswaarde wordt uitgegaan van voortdurende exploitatie (een door exploiteer-scenario), derhalve wordt geen rekening gehouden met bijvoorbeeld voorgenomen verkopen of sloop van vastgoed in exploitatie.
  • De (huur)opbrengsten worden geschat op basis van de intern bepaalde streefhuur vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie, rekening houdend met de geldende wettelijke kaders.
  • Inrekening van toekomstige onderhoudslasten voor instandhoudingsonderhoud en mutatie onderhoud is gebaseerd op de eigen onderhoudsbegroting, waarbij geldt dat:


    • de onderhoudsbegroting is gebaseerd op de onderhoudscyclus van het object op basis van instandhouding, voortvloeiend uit de door Dudok Wonen vastgestelde meerjarenonderhoudsbegroting. Indien de onderhoudsbegroting afwijkt van 60 jaar exploitatie dan is deze hiervoor bijgesteld.
    • de verplichting tot het verduurzamen van woningen met een E,F of G label is ingerekend conform de tabel in paragraaf 9.2.4.3 van het handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2024.
  • Inrekening van toekomstige verhuur- en beheerslasten op basis van een gemiddelde norm welke is gebaseerd op een inschatting van het langjarige kostenniveau. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheer- activiteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ en ‘Overige directe operationele lasten exploitatiebezit’ in de resultatenrekening.

Dudok Wonen heeft bij de bepaling van de beleidswaarde uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde. De uitgangspunten zijn nader opgenomen in de toelichting op de balans.      

5.2.4 Onroerende zaken inzake Kopen naar Wens “voor 2013 en vanaf 2023” contracten (eigendomsparticipaties)

De onroerende zaken inzake Kopen naar Wens betreffen eigendomsparticipaties, die omvatten het bloot eigendom van de grond en van de opstal van het verkoopproduct “Kopen naar Wens”. Hierbij stelt Dudok Wonen de Koper in staat om op termijn, tegen geïndexeerde uitgestelde betaling, een Woning in (vol) eigendom te verwerven. De koper verwerft daarom in eerste instantie het recht van erfpacht op de grond en het recht van erfpacht op de opstal. De contracten betreffen de contracten welke voor 2013 of vanaf 2023 zijn afgesloten.

De eigendomsparticipaties worden jaarlijks op basis van nominale waarde (uitgestelde betaling) geïndexeerd met de prijsindex bestaande koopwoningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De waardering voor de jaarrekening vindt plaats tegen actuele waarde op basis van een Discounted Cash Flow-methode (DCF). De waarde van de eigendomsparticipatie is verbonden aan de tijdsverwachting dat de Koper eventuele tussentijdse afkoop en de koopsom voor het verwerven van het bloot eigendom heeft voldaan.
De ontvangen koopsommen zijn tevens als ‘vooruitontvangen Koopsom Kopen naar Wens’ onder verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken – Kopen naar Wens bij de langlopende schulden opgenomen.

Waardemutatie:
De waardemutaties in onroerende zaken inzake Kopen naar Wens “voor 2013 en vanaf 2023” contracten worden in de winst-en-verliesrekening in de post niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verantwoord.

5.2.5 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie

Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie betreft projecten waarin nieuwbouw wordt ontwikkeld of projecten waarbij bestaand bezit door middel van sloop/nieuwbouw tot volledig nieuw vastgoed ontwikkeld wordt. Waardering vindt plaats tegen bestede kosten en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering onder aftrek van de per project geschatte noodzakelijk geachte voorziening voor niet-gedekte kosten en risico’s op basis van de marktwaarde in verhuurde staat. Het zogeheten onrendabele deel wordt ten laste van de winst-en-verliesrekening verantwoord onder de post ‘overige waardeveranderingen van vastgoedportefeuille’.

Voorts wordt rente tijdens de bouw toegerekend aan kwalificerende activa. De geactiveerde rente wordt berekend tegen de gewogen gemiddelde rentevoet van de aangetrokken leningen.

De noodzakelijk geachte voorziening wordt bepaald op het moment van aangaan van de feitelijke verplichtingen inzake investeringen nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering. Voornoemde verplichtingen worden in de jaarrekening verwerkt op het moment dat deze kunnen worden gekwalificeerd als ‘intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd’. Hiervan is sprake wanneer uitingen door Dudok Wonen zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige nieuwbouw-, woningverbetering of herstructureringsprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het uitvoeringsbesluit in het besluitvormingsproces van Dudok Wonen.

Indien op projectniveau de opgenomen voorziening de geactiveerde kosten overschrijdt, wordt het project per saldo opgenomen onder de post voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen aan de creditzijde van de balans.

In het geval de geschatte marktwaarde in verhuurde staat van het project op een hoger niveau ligt dan de geschatte totale projectkosten vindt de toerekening van deze waardemutatie plaats naar rato van de verrichte prestaties bij de uitvoering van het project (‘percentage of completion’-methode) per balansdatum op basis van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Deze waardemutaties worden rechtstreeks ten gunste of ten laste van de winst-en-verliesrekening in de post ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’ verantwoord.

Bij gereedkomen van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie vindt overboeking van het gehele saldo plaats naar vastgoed in exploitatie. Bij deze overboeking wordt voor het bepalen van de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs uitgegaan van de initiële verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs, zonder rekening te houden met waardeverminderingen.

5.3. Materiële vaste activa

5.3.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen.

De afschrijvingen op kantoorgebouwen, inventaris, automatisering en vervoermiddelen worden berekend als een percentage over de aanschafprijs volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur rekening houdend met de restwaarde bij einde gebruik. Op bedrijfsterreinen wordt niet afgeschreven.

De volgende economische levensduur in jaren wordt gehanteerd:

  • Kantoorgebouwen:       40;
  • Inventaris:                      8;
  • Automatisering:              5;
  • Vervoermiddelen:           5.

Onderhoudsuitgaven bij kantoorgebouwen worden geactiveerd indien zij de gebruiksduur van het object verlengen. Indien er geen sprake is van verlenging van de gebruiksduur worden de onderhoudsuitgaven ten laste van de winst- en verliesrekening gebracht.

Bijzondere waardeverminderingen
Vaste activa met een lange levensduur worden beoordeeld op bijzondere waardeverminderingen wanneer wijzigingen of omstandigheden zich voordoen die doen vermoeden dat de boekwaarde van een actief niet terugverdiend zal worden. De terugverdienmogelijkheid van activa die in gebruik zijn, wordt bepaald door de boekwaarde van een actief te vergelijken met de geschatte contante waarde van de toekomstige netto kasstromen die het actief naar verwachting zal genereren. 

Wanneer de boekwaarde van een actief hoger is dan de geschatte contante waarde van de toekomstige kasstromen, worden bijzondere waardeverminderingen verantwoord voor het verschil tussen boekwaarde en de realiseerbare waarde.

5.4. Financiële vaste activa

5.4.1 Deelnemingen

Deelnemingen waarin invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode op basis van de nettovermogenswaarde.

Bij de bepaling van de nettovermogenswaarde worden de waarderingsgrondslagen van Dudok Wonen gehanteerd. Deelnemingen met een negatieve nettovermogenswaarde worden op nihil gewaardeerd.
Wanneer Dudok Wonen garant staat voor de schulden van de betreffende deelneming wordt een voorziening gevormd. Deze voorziening wordt primair ten laste van de vorderingen op deze deelneming gevormd en voor het overige onder de voorzieningen ter grootte van het aandeel in de door de deelneming geleden verliezen, dan wel voor de verwachte betalingen door Dudok Wonen ten behoeve van deze deelneming.

Deelnemingen waarin geen invloed van betekenis wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of duurzaam lagere waarde.

De leningen aan niet-geconsolideerde deelnemingen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen.

De grondslagen voor overige financiële vaste activa zijn opgenomen onder paragraaf 9.10 Financiële instrumenten.

Dividenden worden verantwoord in de periode waarin zij betaalbaar worden gesteld. Rentebaten worden verantwoord in de periode waartoe zij behoren, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende actiefpost. Eventuele winsten of verliezen worden verantwoord onder financiële baten en lasten.

5.4.2 Latente belastingvordering(en)

De belasting latenties zijn berekend over tijdelijk verrekenbare verschillen uit hoofde van waardering van vastgoedbeleggingen, onroerende zaken – kopen naar wens, leningen, alsmede de herinvesteringsreserve en de voorwaartse verliescompensatie.

5.4.3 Overige vorderingen

Onroerende zaken inzake Kopen naar Wens “van 2013 tot 2023” 102% contracten (eigendomsparticipaties)
Onroerende zaken inzake Kopen naar Wens hebben betrekking op de koopproducten Kopen naar Wens.

Onder de onroerende zaken inzake Kopen naar Wens opgenomen eigendomsparticipaties omvatten het bloot eigendom van de grond en van de opstal van het verkoopproduct Kopen naar Wens, waarbij Dudok Wonen de Koper in staat stelt op termijn tegen geïndexeerde uitgestelde betaling een Woning in (vol) eigendom te verwerven. De koper verwerft daarom in eerste instantie het recht van erfpacht op de grond en het recht van erfpacht op de opstal.

De eigendomsparticipaties worden jaarlijks op basis van nominale waarde (uitgestelde betaling) geïndexeerd met de prijsindex bestaande koopwoningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De waardering vindt plaats tegen actuele waarde op basis van een Discounted Cash Flow-methode (DCF). De waarde van de eigendomsparticipatie is verbonden aan de tijdsverwachting dat de Koper eventuele tussentijdse afkoop en de koopsom voor het verwerven van het bloot eigendom heeft voldaan.

5.5. Vorderingen en effecten

De grondslagen voor de waardering van vorderingen en effecten zijn beschreven bij paragraaf 4.8 Financiële instrumenten.

5.6. Eigen Vermogen

Financiële instrumenten die op grond van de economische realiteit worden aangemerkt als eigenvermogensinstrumenten, worden gepresenteerd onder het eigen vermogen.

Financiële instrumenten die op grond van de economische realiteit worden aangemerkt als een financiële verplichting, worden gepresenteerd onder schulden. Rente, dividenden, baten en lasten met betrekking tot deze financiële instrumenten worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord als kosten of opbrengsten.

Waardevermeerderingen van activa die worden gewaardeerd tegen actuele waarde worden opgenomen in het eigen vermogen als ongerealiseerde waardeveranderingen. De ongerealiseerde waardeverandering wordt gevormd per individueel actief en is niet hoger dan het verschil tussen de boekwaarde op basis van historische kostprijs en de actuele waarde. Als een actief wordt vervreemd, valt een eventueel aanwezige ongerealiseerde waardeverandering met betrekking tot dat actief vrij ten gunste van de overige reserves. Bij de bepaling van de ongerealiseerde waardeverandering is een bedrag voor latente belastingverplichtingen in mindering gebracht, berekend tegen het actuele belastingtarief.

5.7. Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte betrouwbaar kan worden geschat.
Voorzieningen worden, voor zover niet anders vermeld, tegen nominale waarde opgenomen.

5.7.1 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen

Voor de toelichting van de waarderingsgrondslag voor het bepalen van de voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen wordt verwezen naar paragraaf 5.2.5 ‘vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie’.
De voorziening voor onrendabele investeringen is gewaardeerd tegen nominale waarde.

5.7.2 Latente belastingvorderingen en -verplichtingen

Een voorziening voor latente belastingvorderingen en –verplichtingen wordt getroffen voor tijdelijke verschillen tussen de boekwaarde van de activa en verplichtingen en hun belastinggrondslag. Hierbij wordt rekening gehouden met het feit in hoeverre er sprake is van (voorwaartse) verrekenbare verliescompensatie. De berekening van de latente belastingvorderingen en –verplichtingen geschiedt tegen de op het einde van het boekjaar geldende belastingtarieven of tegen de in komende jaren geldende tarieven, voor zover reeds bij wet vastgelegd.

Latente belastingvorderingen en –verplichtingen binnen dezelfde fiscale eenheid worden alleen gesaldeerd indien daartoe een afdwingbaar recht aanwezig is en het voornemen is om op netto basis af te rekenen.

Latente belastingvorderingen, met inbegrip van die voortvloeiend uit voorwaartse verliescompensatie, worden in de balans opgenomen indien het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar zal zijn waarmee verliezen kunnen worden gecompenseerd en verrekeningsmogelijkheden kunnen worden benut, alsmede wanneer realisatie waarschijnlijk wordt geacht. Belastinglatenties worden op contante waarde gewaardeerd, waarbij discontering plaatsvindt tegen de netto-rente.

Latente belastingvorderingen (met een looptijd langer dan 1 jaar) zijn opgenomen onder financiële vaste activa; latente belastingverplichtingen zijn opgenomen onder de voorzieningen.

Saldering van latenties vindt plaats indien en voor zover Dudok Wonen bevoegd is tot saldering en simultane afwikkeling en tevens het stellige voornemen heeft om dit te doen.

5.7.3 Overige voorzieningen

Hieronder is onder meer de contractuele verplichting uit hoofde van de aangekochte woningen in het kader van de regeling ‘Verzilverd Wonen’ opgenomen. De verplichting bestaat uit het levenslange vruchtgebruik van de bewoner alsmede de hier aan gekoppelde onderhoudsverplichting. De verplichting is opgenomen tegen contante waarde van het verschil tussen de aankoopprijs bij vrije verkoop en de betaalde aankoopprijs. De vrijval vindt overeenkomstig de voorgecalculeerde exploitatie plaats.

De woning is juridische en economisch eigendom van Dudok Wonen en zij draagt daarom alle risico’s en is verantwoordelijk voor het onderhoud. Bij leegkomen wordt de woning verkocht. Op moment van verkoop (transportdatum) wordt het verkoopresultaat verantwoord. Het resultaat wordt berekend door de aankoopsom plus de niet ontvangen (fictieve) markthuur, gedurende de periode dat de woning bewoond werd, in mindering te brengen op de verkoopprijs.

Verder is er een voorziening voor te verwachte kosten in verband met claims van oud-medewerkers.

5.8. Langlopende schulden

De waardering van langlopende schulden is toegelicht onder paragraaf 9.10 Financiële instrumenten.

Voor de post verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken – Kopen naar Wens wordt verwezen naar paragraaf 9.8.2 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken – Kopen naar Wens “voor 2013 en vanaf 2023” contracten.

5.9. Kortlopende schulden

De waardering van kortlopende schulden is toegelicht in de paragraaf 9.10 Financiële instrumenten.

6. Verdere uitwerking grondslagen voor bepaling resultaat

6.1. Huuropbrengsten

Hieronder zijn opgenomen de opbrengsten voortvloeiend uit de met huurders gesloten huurovereenkomsten. Huuropbrengsten worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen gedurende de looptijd van de huurovereenkomst. De huren worden jaarlijks binnen de wettelijke kaders verhoogd in overeenstemming met het huurbeleid van Dudok Wonen. De huuropbrengsten worden toegerekend aan de periode waarop het contract betrekking heeft.

6.2. Opbrengsten en lasten servicecontracten

De opbrengsten betreffen ontvangen bedragen van huurders ter dekking van gemaakte servicekosten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke kosten. Deze kosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten. De opbrengsten servicecontracten worden toegerekend aan de periode waarop het contract betrekking heeft.

6.3. Lasten verhuur en beheeractiviteiten

Hier worden zowel de directe lasten voor de verhuur en beheeractiviteiten als de indirecte lasten via de kostenverdeelstaat verantwoord.

6.4. Lasten onderhoudsactiviteiten

De onderhoudskosten voor dagelijks- en mutatieonderhoud en planmatig onderhoud worden ten laste van de exploitatie gebracht. Het dagelijks- en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in de kosten van derden en de kosten van eigen dienst. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare uitgaven, waarbij het onderscheid is gebaseerd op de op 4 juli 2019  door het ministerie van Binnenlandse Zaken, de Autoriteit woningcorporaties en WSW gepubliceerde nieuwe definities gepubliceerd inzake de verwerking van uitgaven voor verbetering en onderhoud.

Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden.
Reeds aangegane verplichtingen, waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum, worden verwerkt onder de niet in de balans opgenomen verplichtingen.

6.5. Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Hieronder worden de exploitatiekosten verantwoord die niet tot een meer specifieke kostensoort behoren.

6.6. Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

De post Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille betreft het saldo van de behaalde verkoopopbrengst minus de toerekenbare verkoop- en organisatiekosten en de geactiveerde waarde met betrekking tot het vastgoed.

Opbrengst uit verkoop van vastgoed wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt als alle belangrijke rechten op economische voordelen alsmede alle belangrijke risico’s met betrekking tot de activa zijn overgedragen aan de koper, het bedrag van de opbrengst op betrouwbare wijze kan worden bepaald en ontvangst van de opbrengst waarschijnlijk is.

Op basis van deze criteria wordt onder deze post verantwoord:

  • de verkoopopbrengst van vastgoed in exploitatie onder aftrek van verkoopkosten en de boekwaarde verantwoord. De boekwaarde is op basis van de marktwaarde.
  • de opbrengstwaarde van verkocht vastgoed bestemd voor de verkoop (koopwoningen voor derden) onder aftrek van de gemaakte direct toerekenbare verkoopkosten en de vervaardigingsprijs en daaraan toegerekende directe kosten, dan wel de lagere opbrengstwaarde.
  • verkoopopbrengst van onroerende zaken Kopen naar Wens onder aftrek van de boekwaarde.

6.7. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Hieronder zijn begrepen de waardeveranderingen met betrekking tot de vastgoedportefeuille bestaande uit vastgoed in exploitatie, vastgoed in ontwikkeling, onroerende zaken inzake Kopen naar Wens “voor 2013 en vanaf 2023” en “2013 tot 2023” contracten en vastgoed bestemd voor verkoop. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille betreffen winsten of mogelijke verliezen, die ontstaan door een wijziging in de waarde van het vastgoed in het verslagjaar.

6.8. Netto resultaat overige activiteiten

Hieraan zijn de opbrengsten en kosten voor beheer voor derden, VvE-beheer en overige opbrengsten toegerekend.

6.9. Leefbaarheid

Onder deze post zijn leefbaarheidsuitgaven inzake sociale activiteiten en fysieke activiteiten opgenomen.

De uitgaven inzake sociale activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor ondersteuning van bewonersinitiatieven, gebiedsgericht personeel (zoals leefbaarheidscoördinator, wijkbeheerder, huismeester), leefbaarheidsonderzoeken en uitgaven voor activiteiten zoals welkomstbijeenkomsten nieuwe bewoners, bestrijding woonoverlast, buurtbemiddeling, opvang van dak- en thuislozen, schuldsaneringen, tweede kansbeleid et cetera.

De uitgaven inzake fysieke activiteiten omvatten wijkgebonden uitgaven voor buurtcentra, bijzondere gebouwen (zoals wijksteunpunten, buurtposten, HOED), onderhoud groenvoorziening, speeltoestellen, beveiliging openbare ruimte, cameratoezicht, schoonmaakacties et cetera en uitgaven voor activiteiten zoals inbraakbeveiliging, brandpreventie, verlichting achterpad, afsluiting portieken et cetera.

6.10. Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector

Voor de uitvoering van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) heeft Dudok Wonen zich gehouden aan de Beleidsregel toepassing WNT.

6.11. Pensioenen

Uitgangspunt is dat de in de verslagperiode te verwerken pensioenlast gelijk is aan de over die periode aan het pensioenfonds verschuldigde pensioenpremies.

Dudok Wonen heeft voor al haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers bouwen jaarlijks een pensioenrecht op over het loon van dat jaar (middelloonregeling). Naar de stand van ultimo december 2024 was de dekkingsgraad van het pensioenfonds (SPW) 129,0% (2023: 128,8%).
De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). Dudok Wonen betaalt hiervoor premies waarvan een deel op het salaris van de werknemers wordt ingehouden.

6.12. Leasing

Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet bij Dudok Wonen ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden op lineaire basis verwerkt in de winst-en-verliesrekening over de looptijd van het contract.

6.13. Belastingen

Dudok Wonen is met ingang van 1 januari 2008 integraal belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn sindsdien verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Een en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO). In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van resultaatneming.

Belastingen over de resultaten omvatten de over de verslagperiode verschuldigde en verrekenbare winstbelastingen en latente belastingen. De belastingen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen, behoudens voor zover deze betrekking hebben op posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval de belasting in het eigen vermogen wordt verwerkt.

De over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belasting is de naar verwachting te betalen belasting over de belastbare winst over het boekjaar, rekening houdend met de fiscale faciliteiten en de vaststellingsovereenkomst (VSO), berekend aan de hand van belastingtarieven die zijn vastgesteld op verslagdatum, dan wel waartoe materieel al op verslagdatum is besloten, en eventuele correcties op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting.

Zie paragraaf 5.7.2 voor de verdere uitwerking van de grondslagen voor waardering van de latente belastingvorderingen en -verplichtingen.

6.14. Aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen

Het aandeel in het resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen omvat het aandeel van Dudok Wonen in de resultaten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties, waarbij overdracht van activa en passiva tussen Dudok Wonen en de niet-geconsolideerde deelnemingen en tussen niet-geconsolideerde deelnemingen onderling heeft plaatsgevonden, zijn niet verwerkt voor zover deze als niet gerealiseerd kunnen worden beschouwd.

De resultaten van deelnemingen die gedurende het boekjaar zijn verworven of afgestoten worden vanaf het verwervingsmoment respectievelijk tot het moment van afstoting verwerkt in het resultaat van Dudok Wonen.

7. Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. Bij deze methode zijn alle ontvangsten en uitgaven direct gekoppeld aan de activiteiten.

De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit de liquide middelen.

In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele-, investerings- en financieringsactiviteiten.

De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en rente-uitgaven (opgenomen onder operationele activiteiten).

8. Bepaling reële waarden financiële instrumenten

 Een aantal grondslagen en toelichtingen in de jaarrekening van Dudok Wonen vereist de bepaling van de reële waarde van zowel financiële als niet-financiële activa en verplichtingen. Ten behoeve van waarderings- en informatieverschaffingsdoeleinden is de reële waarde op basis van de hierna genoemde methoden bepaald. Indien van toepassing wordt nadere informatie over de uitgangspunten voor de bepaling van de reële waarde vermeld bij het onderdeel van deze toelichting dat specifiek op het betreffende actief of de betreffende verplichting van toepassing is.

8.1. Handels- en overige vorderingen

De reële waarde van handels- en overige vorderingen benadert de contante waarde van de toekomstige kasstromen tegen actuele rentes vermeerderd met een gewogen gemiddelde opslag voor kredietrisico’s.

8.2. Derivaten

De reële waarde van rente derivaten wordt bepaald door discontering van de rentekasstromen, tegen actuele rentes waarin een opslag is opgenomen voor de relevante risico’s.

9. Toelichting op de geconsolideerde balans

9.1. Vastgoedbeleggingen (M1102)

9.1.1 DAEB vastgoed in exploitatie (M11028) en niet-DAEB vastgoed in exploitatie (M11020)

VASTGOEDBELEGGINGEN 31-12-2024 31-12-2023
DAEB vastgoed in exploitatie    
Marktwaarde per 1 januari 875.961 891.410
     
Mutaties    
- Investeringen 12.580 9.498
- Desinvesteringen -5.673 -7.590
- Overboeking gereedgekomen activa ontwikkeling 22.284 10.197
- Overboeking DAEB vastgoed - niet-DAEB vastgoed 364 199
- Aankopen 1.019 604
- Overige mutaties 0 4
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen -2.657 -28.361
Totaal mutaties 27.916 -15.449
     
Marktwaarde per 31 december 903.877 875.961
DAEB vastgoed in exploitatie (aantal)    
Aantal per 1 januari 5.494 5.474
     
Toe- of afname 84 20
Aantal per 31 december 5.578 5.494
VASTGOEDBELEGGINGEN 31-12-2024 31-12-2023
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie    
Marktwaarde per 1 januari 434.931 438.454
     
Mutaties    
- Investeringen 666 1.460
- Desinvesteringen -288 -708
- Overboeking DAEB vastgoed - niet-DAEB vastgoed -364 -199
- Aankopen en overig 59 468
- Overige mutaties - 8
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen -7.696 -4.552
Totaal mutaties -7.623 -3.523
     
Marktwaarde per 31 december 427.308 434.931
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie (aantal)    
Aantal per 1 januari 2.821 2.830
     
Toe- of afname -5 -9
Aantal per 31 december 2.816 2.821
Algemeen

De actuele waarde van het DAEB vastgoed en niet-DAEB vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de marktwaarde in verhuurde staat en bedraagt respectievelijk € 903,9 miljoen en € 427,3 miljoen. Het totaal van de waardering van het vastgoed in exploitatie bedraagt € 1.331,2 miljoen.

De marktwaarde in verhuurde staat is gebaseerd op beschikbare marktgegevens met inachtneming van de relevante feiten en omstandigheden van de markt waarop Dudok Wonen actief is. De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele verplichtingen van Dudok Wonen die rusten op het vastgoed. De overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop zij actief is.

De actuele waarde is berekend met het taxatiemanagementsysteem van Ortec Finance TMS. Voor de Koop Goedkoop eenheden is de actuele waarde berekend met een eigen rekenmodel. De marktwaarderingen zijn tot stand gekomen met inachtneming van het waarderingsprotocol, de procesrichtlijnen en uitvoeringsrichtlijnen die door Dudok Wonen zijn opgesteld.

Voor de woningen en parkeerplaatsen is de basiswaardering gehanteerd conform het Handboek marktwaardering 2024. Het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed in exploitatie is, getaxeerd door een onafhankelijke en ter zake deskundige externe taxateur, ingeschreven bij het Nederlands Register Vastgoed Taxateurs (NRVT – www.nrvt.nl).

Voor het bepalen van de marktwaarde maakt het rekenmodel gebruik van een Discounted Cash Flow-methode (DCF). Dit betekent dat voor een beschouwingsperiode van 15 jaar zo goed mogelijk de inkomsten en uitgaven worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet ‘contant’ worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar.

Het inschatten van de inkomsten en uitgaven wordt gedaan aan de hand van twee scenario’s; doorexploiteren en uitponden, mede op basis van artikel 31 van het Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting (BTIV).

Het handboek is de 14 maart 2025 update van de negende geactualiseerde versie van het handboek met als peildatum 31 december 2024. Deze actualisatie is in opdracht van de Autoriteit woningcorporaties uitgevoerd door Fakton mede op basis van sessies met woningcorporaties, accountants, taxateurs en de producenten van software voor marktwaardering.

Deze actualisatie van het handboek geeft een basis voor de waardering op marktwaarde van het vastgoed in exploitatie op peildatum 31 december 2024. Deze waardering wordt in het kader van de jaarverslaggeving over het jaar 2024 hiermee aangeleverd.

Parameters

De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de woningportefeuille zijn:

  • disconteringsvoet gemiddeld van 7,13% (2023: 5,82%).
  • exit yield uitponden gemiddeld van 3,66% (2023: 4,10%).
  • exit yield doorexploiteren gemiddeld van 4,72% (2023: 6,00%).
  • vrije verkoopwaarde gemiddeld per eenheid € 346.169,- (2023: € 293.828,-).
  • contracthuur per eenheid gemiddeld per maand € 694,- (2023: € 653,-).
  • markthuur per eenheid gemiddeld per maand € 1.141,- (2023: € 1.101,-).

De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de BOG/MOG-portefeuille zijn:

  • disconteringsvoet gemiddeld van 6,14% (2023: 7,75%).
  • exit yield gemiddeld van 6,99% (2023: 8,64%).
  • contracthuur gemiddeld per m2 per jaar € 112,- (2023: € 81,-).
  • markthuur gemiddeld per m2 per jaar € 123,- (2023: € 107,-).

De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de parkeerplaatsen:

  • disconteringsvoet gemiddeld 7,64% (2023: 7,40%).
  • exit yield gemiddeld 2,42% (2023: 3,14%).
  • contracthuur gemiddeld per maand € 50,- (2023: € 59,-).

De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de Koop Goedkoop eenheden:

  • disconteringsvoet 7,32% (2023: 7,07%)
  • exit yield 7,00% (2023: 7,00%)
  • canon gemiddeld per jaar € 2.275 (2023: € 2.149)
  • grondwaarde gemiddeld € 65.811 (2023: € 65.876.
Opbouw disconteringsvoet

De disconteringsvoet is de marktconforme rendementseis waartegen de verwachte inkomsten en uitgaven contant worden gemaakt. Deze disconteringsvoet wordt gebruikt om de huidige waarde van inkomsten en uitgaven in de toekomst te bepalen. Het Handboek marktwaardering 2024 bouwt de disconteringsvoet op in 3 onderdelen:

  • De risicovrije rentevoet. De hoogte van de risicoloze rentevoet wordt bepaald aan de hand van het 24-maands historisch gemiddelde van de 10-jaar EURO area yield curve gebaseerd op AAA rated staatsobligaties zoals gepubliceerd door de E.C.B. (Europese Centrale Bank) genomen. Voor 2024 bedraagt de basis-IRS 2,45% (2023: 1,48%).
  • De vastgoedsector specifieke opslag. De vastgoed sectorspecifieke opslag is een vastgoedsector gebonden risico-opslag, welke dient ter compensatie voor het extra risico dat wordt gelopen voor het investeren in vastgoed, ten opzichte van de risicovrije rente. De opslag bedraagt in 2024 4,87% (2023: 5,59%).
  • De opslag voor het markt- en objectrisico. Deze gecombineerde opslag is afhankelijk gesteld van bouwjaar, type verhuureenheid en regio.

De disconteringsvoeten van de woningen en parkeerplaatsen zijn bepaald op basis van het Handboek marktwaardering 2024. Voor het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed zijn deze per complex individueel bepaald.

De bandbreedte voor de disconteringsvoeten van Dudok Wonen is als volgt:

  • voor woningen: tussen 5,93% en 7,58% (2023: 5,08% en 8,05%);
  • voor BOG: tussen 5,00% en 10,00% (2023: 6,00% en 10,00%);
  • voor parkeerplaatsen: tussen 7,59% en 7,68% (2023: 7,34% en 7,43%);
Eindwaarde

Voor de woningen en parkeerplaatsen wordt de eindwaarde berekend op basis van het handboek. Deze eindwaarde is de marktwaarde van het complex aan het einde van het 15e jaar en is gelijk aan de contante waarde van de verwachte kasstromen die van het 16e exploitatiejaar worden verwacht. Deze waarde wordt vervolgens contant gemaakt met de gehanteerde disconteringsvoet naar de waardepeildatum en is zo onderdeel van de marktwaarde.

Exit Yield

Voor het bepalen van de eindwaarde van het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed wordt de Exit Yield gebruikt. Het Exit Yield percentage bepaalt de eindwaarde van een complex aan het einde van de 15-jarige cashflow berekening. De eindwaarde wordt contant gemaakt tegen de gehanteerde disconteringsvoet. De Exit Yield moet feitelijk gezien worden als het aanvangsrendement over 15 jaar. Deze is daarmee dan ook afhankelijk van de status van het complex aan het eind van de beschouwde periode. Op individueel complexniveau zijn aspecten als huurpotentie, leeftijd en omvang van het complex aan het einde van de 15- jarige DCF periode bepaald. De Exit Yields zijn individueel ingeschat op complexniveau.

Overig

De op de markt, waarop Dudok Wonen actief is, gebaseerde aannames en uitgangspunten zijn voor het bedrijfsmatig en maatschappelijk vastgoed tot stand gekomen in samenwerking met een externe taxateur. Voor de woningen en parkeerplaatsen is de basiswaardering conform het Handboek marktwaardering 2024 gehanteerd.

Bij het bepalen van de reële waarde van de vastgoedbeleggingen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  • inflatie: voorgeschreven volgens het Handboek marktwaardering 2024 en gebaseerd op de meest recente prognoses van het Centraal Planbureau (CPB) en de Europese Centrale Bank (ECB);
  • vrije verkoopwaarde: afgeleid van de WOZ-waarde en berekend volgens het Handboek marktwaardering 2024;
  • markthuur:  afgeleid van de vrije verkoopwaarde en extern marktadvies en berekend volgens het Handboek marktwaardering 2024;
  • exploitatiekosten: ontleend aan het Handboek marktwaardering 2024;
  • mutatiegraad: gebaseerd op 5-jaars voortschrijdend gemiddelde binnen een bandbreedte;
  • ontwikkeling vrije verkoopwaarde en markthuur van de woningen op basis van de economische parameters in het Handboek marktwaardering 2024;

Bij de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat is ook expliciet rekening gehouden met bestaande beklemmingen. Beklemmingen zijn beperkende afspraken die rechtstreeks rusten op het vastgoed, van invloed zijn op de marktwaarde in verhuurde staat en bij een eventuele overdracht naar een derde mee overgaan. Deze afspraken kunnen betrekking hebben op gemeentelijke afspraken, maar ook op wettelijke bepalingen.

De volgende vrijheidsgraden zijn toegepast bij de BOG-portefeuille:

  • markthuur: taxateur heeft voor alle taxatiecomplexen op basis van referentietransacties een inschatting gemaakt voor de passende markthuur;
  • exit yield: taxateur acht de modelmatige berekening die het Handboek marktwaardering 2024 voorschrijft voor de eindwaarde niet passend voor het betreffende heterogene vastgoed en heeft een eigen risico-inschatting gemaakt;
  • Disconteringsvoet: taxateur acht de modelmatige berekening die het Handboek marktwaardering 2024 voorschrijft voor de eindwaarde niet passend voor het betreffende heterogene vastgoed en heeft een eigen risico-inschatting gemaakt;
  • Mutatie- en verkoopkans: taxateur heeft o.b.v. kennis en ervaring een inschatting gemaakt van de mutatiekans.
Disconteringsvoet

De disconteringsvoet uit het Handboek marktwaardering 2024 toont slechts een beperkte variatie en houdt geen rekening met enkele belangrijke aspecten in de waardering van de vastgoedportefeuille. De disconteringsvoeten van de complexen zijn individueel bepaald waarbij rekening is gehouden met aspecten als vastgoedtype, het bouwjaar, de lengte van het huurcontract, een overhuur- of onderhuursituatie, locatieaspecten en de omvang van het object.

Exit Yield

De Exit Yield is afhankelijk van de status van het complex aan het eind van de beschouwde periode. Hiertoe zijn op individueel complexniveau aspecten als huurpotentie, leeftijd en omvang van het complex aan het einde van de 15- jarige DCF periode bepaald. De Exit Yields zijn individueel per complex ingeschat.

Waardeveranderingen op basis van marktwaarde in verhuurde staat:

De marktwaarde in verhuurde staat is in 2024 met € 20,3 miljoen toegenomen van € 1.310,9 miljoen naar € 1.331,2 miljoen. Deze waardeontwikkeling is opgebouwd uit:

  • investeringen van € 2,2 miljoen;
  • desinvesteringen (verkopen) van € 2,3 miljoen;
  • overboeking naar vastgoed in ontwikkeling van € 0,0 miljoen;
  • aankopen, opleveringen en overige mutaties van € 12,1 miljoen;
  • niet gerealiseerde waardeveranderingen van € 22,6 miljoen negatief.

De herwaarderingen ad € 22,6 miljoen positief zijn het gevolg van nadere inschattingen van parameters en uitgangspunten bij de waardering op marktwaarde.

Bij de post vastgoedbeleggingen (inclusief parkeerplaatsen) zijn 8.333 eenheden (2023: 8.315) opgenomen. De geschatte actuele waarde is gebaseerd op basis van de WOZ-beschikkingen (peildatum 1 januari 2024) van het vastgoed en bedraagt circa € 1,95 miljard (2023: 1,90 miljard).

De woningen zijn verzekerd tegen herbouwwaarde. Het bedrijfsonroerend goed is verzekerd tegen taxatiewaarde.

Hypothecaire zekerheden:

Het DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie gekwalificeerd als vastgoedbelegging bij Dudok Wonen is (nagenoeg) geheel gefinancierd met leningen onder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft hierbij het recht van eerste hypotheek. Dudok Wonen heeft hiervoor een volmacht aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw verstrekt. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw kan indien het dit noodzakelijk acht hypotheek op het onderpand leggen. Als gevolg hiervan zijn de onroerende en roerende zaken in exploitatie die met geborgde leningen zijn gefinancierd niet met hypothecaire zekerheden bezwaard.

De som van de herwaarderingen bedraagt per balansdatum € 713 miljoen (2023: € 723 miljoen).

Beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie

De beleidswaarde ultimo 2024 bedraagt € 820,8 miljoen (exclusief projecten).
Voor de bepaling van de beleidswaarde zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:

  DAEB Niet-DAEB
Gemiddelde streefhuur per maand voor: Eengezinswoningen    
Meergezinswoningen € 806,22 € 1.100,07
Studenten eenheden € 741,72 € 1.086,65
  € 650,43 n.v.t.
Norm beheerlasten per jaar per woning € 1.785,38 € 1.551,08
Ingerekende gemiddelde jaarlijkse onderhoudslasten per woning    
€ 3.351,04 € 3.864,15
Aantal verhuureenheden met EFG label 494* 122

Beleidshuur

Als gevolg van naleving van de passend toewijzen regels is het niet in alle gevallen mogelijk om de streefhuur te realiseren. In de bepaling van de beleidswaarde is om die reden uitgegaan van een beleidshuur per verhuureenheid welke is gebaseerd op de streefhuur rekening houdend met de wettelijke kaders.

Onderhoud

De ingerekende onderhoudslasten bestaan uit de volgende elementen:

  • Reparatie- en klachtenonderhoud
  • Mutatieonderhoud
  • Contractonderhoud
  • Planmatig onderhoud

De in de meerjarenonderhoudsbegroting. opgenomen geschatte lasten inzake reparatie- en klachtenonderhoud alsmede mutatie onderhoud zijn mede gebaseerd op ervaringscijfers vanuit het verleden welke worden geïndexeerd met de bouwkostenindex.
Het geschatte contractonderhoud is gebaseerd op aangegane respectievelijk naar verwachting af te sluiten onderhoudscontracten voor de betreffende installaties.
Het planmatige onderhoud is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsbegroting. De MJOB gaat uit van al die werkzaamheden die meerjarig (zowel de lange als korte onderhoudscycli) moeten worden uitgevoerd om een complex in zodanig technische en bouwkundige staat te houden dat sprake is en blijft van minimaal een conditiescore 3.
De door de Raad van Commissarissen goedgekeurde MJOB van Dudok Wonen is onderdeel van de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2029. 
De MJOB is gebaseerd op de bekende onderhoudsstaat van het bezit. Om de onderhoudsstaat actueel te houden verricht Dudok Wonen ongeveer eens in de zeven jaar een NEN-2767 conditiemeting.
Het prijspeil van het onderhoud is voor het begrotingsjaar (2025) gebaseerd op het met de ketenpartners afgesproken prijzenboek PO. De meerjarenraming is nu nog gebaseerd op het kostenbestand van IBIS-MAIN (onderhoud software).
De timing wanneer verschillende onderhoudscycli worden uitgevoerd, is gebaseerd op een schatting. Het daadwerkelijke jaar van uitvoering is niet exact voorspelbaar en afhankelijk van meerdere factoren. De impact van een individuele verschuiving in de tijd van planmatig onderhoud in de 60 jaar prognose is van geringe betekenis op de uitkomst van de beleidswaarde als geheel. Daarnaast zal een verschuiving op complexniveau gecompenseerd kunnen worden met een verschuiving bij een ander complex. De omvang van het planmatige onderhoud als geheel tendeert derhalve naar een ideaalcomplex. De exacte timing van uitgaven valt derhalve onder de aanwezige schattingsonzekerheid.
In de MJOB houdt Dudok Wonen rekening met de volgende cycli:

Type Periodiciteit
Schilderwerk 7 jaar
Installaties 18 jaar
Dak vervanging 24 jaar
Voegwerk 48 jaar
Kozijnvervanging 48 jaar

Onderhoud aan keukens, badkamers en toiletten wordt, indien nodig, uitgevoerd bij mutatie.
De MJOB is opgesteld rekening houdend met verwachte toekomstige ingrijpende verbouwingen, renovaties, sloop, nieuwbouw en verkoop. Ten behoeve van de beleidswaarde die gebaseerd dient te worden een 60 jaren doorlopende exploitatieperiode zijn de volgende correcties doorgevoerd op de MJOB:

  • De levensduur van de complexen is gesteld op 60 jaar;
  • Voor de eerste 30 jaar is de MJOB ingerekend. De tweede 30 jaar is gebaseerd op de berekende jaarlijkse onderhoudsnorm per complex. Deze onderhoudsnorm is het gemiddelde van de eerste 15 jaar van de MJOB;
  • De berekende onderhoudsnormen van complexen die recent zijn gerenoveerd, als nieuwbouw zijn opgeleverd of in de MJOB als toekomstige sloop, renovatie veronderstelt zijn, zijn beoordeeld of deze normen zonder meer kunnen worden toegepast voor de tweede 30 jaar. Indien de berekende onderhoudsnorm is beoordeeld als niet plausibel voor de tweede 30 jaar dan wordt de onderhoudsnorm toegepast van een enigszins vergelijkbaar complex;
  • Toekomstig geplande nieuwbouw en verkoop is buiten beschouwing gelaten.

EFG labels

Het verduurzamen van eenheden waarop een EFG label van toepassing is, is geen onderdeel van de MJOB. Conform het handboek modelmatig waarderen zijn normbedragen ingerekend voor het verduurzamen van deze eenheden.

Achterstallig onderhoud

Achterstallig onderhoud is geen onderdeel van de MJOB, maar is wel apart begroot en ingerekend in de beleidswaarde.

Beheerlasten

De jaarlijkse beheerlastennorm is gebaseerd het gemiddelde van de door het bestuur en Raad van Commissarissen goedgekeurde begroting en meerjarenraming.

Sensitiviteitsanalyse

De bepaling van de beleidswaarde is aan schattingen onderhevig. Teneinde inzicht te geven in de potentiële impact van een alternatieve schatting op de beleidswaarde uitkomst hebben wij de navolgende sensitiviteitsanalyse verricht. In onderstaande tabel wordt aangegeven welke effect een positieve of negatieve aanpassing van de schatting heeft op de beleidswaarde 2024:

(in € miljoen) DAEB Niet-DAEB
€ 25,- hogere streefhuur € 14,30 € 8,30
€ 25,- lagere streefhuur € -25,80 € -8,30
€ 100,- hogere onderhoudskosten per vhe € -18,00 € -5,40
€ 100,- lagere onderhoudskosten per vhe € 18,00 € 5,40
€ 100,- hogere beheerkostennorm € -18,00 € -5,40
€ 100,- lagere beheerkostennorm € 18,00 € 5,40
0,5% hogere mutatiegraad € 5,40 € 2,00
0,5% lagere mutatiegraad € -1,30 € -1,30
0,5% hogere disconteringsvoet € -41,60 € -29,60
0,5% lagere disconteringsvoet € 48,50 € 34,60

9.1.2 Onroerende zaken inzake Kopen naar Wens “voor 2013 en vanaf 2023” contracten (M11024)

VASTGOEDBELEGGINGEN 31-12-2024 31-12-2023
Eigendomsparticipaties (bedrag)    
Nominale waarde per 1 januari 75.297 72.192
     
Mutaties in het boekjaar:    
- Nieuw 476 1.545
- Afkoop -1.788 -1.099
- Indexering -1.246 2.659
Nominale waarde per 31 december 72.739 75.297
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen -47.896 -49.358
Stand per 31 december 24.843 25.938
Vooruit ontvangen bedragen ‘Kopen Naar Wens’ 35.994 36.109
Stand per 31 december 60.837 62.047
Eigendomsparticipaties (aantal)    
Stand per 1 januari 357 349
Mutaties in het boekjaar:    
- Nieuw 4 14
- Afkoop -8 -6
Stand per 31 december 353 357

De actuele waarde van de eigendomsparticipaties is gebaseerd op de marktwaarde v.o.n. (vrij op naam). De waardering vindt plaats tegen actuele waarde op basis van een netto contante waarde berekening en bedraagt € 24,8 miljoen (2023: € 25,9 miljoen). Het totaal van de waardering van de eigendomsparticipaties inclusief de ‘vooruit ontvangen bedragen’ bedraagt daarmee € 60,8 miljoen (2023: € 62,0 miljoen).

De actuele waarde is berekend met een eigen rekenmodel. De marktwaardewaarderingen zijn tot stand gekomen met inachtneming van het waarderingsprotocol, de procesrichtlijnen en uitvoeringsrichtlijnen die door Dudok Wonen zijn opgesteld.

Voor het bepalen van de marktwaarde maakt het rekenmodel gebruik van de netto contante waarde van de toekomstige kasstromen.

Voor de gehele verwachte looptijd worden de inkomsten en uitgaven, zo goed mogelijk geschat en aan de hand van een disconteringsvoet ‘contant’ gemaakt naar het heden.

Het inschatten van de inkomsten en uitgaven wordt gedaan aan de hand van het scenario uitponden. De waarde van de eigendomsparticipatie is verbonden aan de tijdsverwachting dat de Koper eventuele tussentijdse afkoop en de koopsom voor het verwerven van het bloot eigendom heeft voldaan.

De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de eigendomsparticipaties zijn:

  • disconteringsvoet van 7,32% (2023: 7,1%);
  • indexering van uitgestelde betalingen op basis van prijsindex bestaande koopwoningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS);
  • tussentijdse bijkopen is ingeschat op 1%;
  • de tijdsverwachting voor een tussentijdse afkoop is ingeschat op basis van inkomensstijging en discrepantie tussen regio index en de daadwerkelijke waardestijging;
  • jaarlijkse beheerkosten van € 162,65 euro per participatie (2023: €157,93).

9.1.3 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie (M11021)

VASTGOEDBELEGGINGEN 31-12-2024 31-12-2023
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie    
Aanschafprijs 17.666 7.788
Cumulatieve waardeverminderingen -5.103 -1.685
Boekwaarde per 1 januari 12.562 6.103
Verantwoord als voorziening onrendabele investeringen 3.473 315
Boekwaarde onder aftrek van voorziening per 1 januari 16.035 6.417
     
Mutaties    
- Investeringen 23.211 20.075
- Overboeking naar DAEB vastgoed in exploitatie -23.364 -10.197
- Waardeveranderingen -2.237 -3.418
Totaal mutaties 2.389 6.460
     
Aanschafprijs 17.513 17.666
Cumulatieve waardeverminderingen -7.341 -5.103
Balanswaarde per 31 december 10.173 12.562
Verantwoord als voorziening onrendabele investeringen 158 3.473
Boekwaarde onder aftrek van voorziening per 31 december 10.331 16.035

In 2024 is, in overeenstemming met RJ645.218, voor de berekening van de ORT-voorziening een andere berekeningswijze gehanteerd. De realisatie ultimo jaar 2024 is in minder gebracht op de verantwoorde ORT-voorziening, impact € 4,21 miljoen.

In het boekjaar werd ter zake van het vastgoed in ontwikkeling een bedrag ad € 0,48 miljoen aan bouwrente geactiveerd (2023: € 0,48 miljoen). Bij niet specifiek gefinancierde projecten werd een gemiddelde rentevoet gehanteerd van 3,17% (2023: 2,87%).

9.2. Materiële vaste activa (M1102)

9.2.1 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie (M11022)

MATERIELE VASTE ACTIVA Kantoor-gebouw Inventaris Automatisering Totaal
Onroerende zaken en roerende zaken ten dienste van de exploitatie        
Verkrijgingsprijzen 10.785 209 1.751 12.745
Cumulatieve afschrijvingen -2.798 -70 -891 -3.759
         
Boekwaarde per 1 januari 7.987 139 860 8.986
Mutaties in het boekjaar:        
- Investeringen 70 103 259 432
- Desinvesteringen (aanschafwaarde) -36  - -36
- Desinvesteringen (gecorrigeerde afschrijving) -22     -22
- Afschrijvingen -86 -28 -262 -376
Totale mutaties -74 75 -4 -3
         
Verkrijgingsprijzen 10.774 312 2.010 13.096
Cumulatieve afschrijvingen -2.861 -98 -1.155 -4.113
Boekwaarde per 31 december 7.913 215 855 8.983

De WOZ-waarde van de onroerende zaken ten dienste van de exploitatie bedraagt € 2,7 miljoen (2023: € 2,7 miljoen).

9.3. Financiële vaste activa (M1103)

9.3.1 Andere deelnemingen (M11033)

FINANCIËLE VASTE ACTIVA 31-12-2024 31-12-2023
Andere deelnemingen    
Aandeel WoningNet N.V.    
Beginwaarde per 1 januari 2 2
- Mutaties in boekjaar - -
Eindwaarde per 31 december 2 2

Dudok Wonen heeft een belang in WoningNet NV. Dit betreft een 75% storting op een aandeel in WoningNet. WoningNet werd in 2001 opgericht om corporaties optimaal te ondersteunen bij het verhuren van hun woningen.

9.3.2 Latente belastingvordering(en) (M11035)

Zie voor de toelichting op de latente belastingpositie 9.7.1 Latente belastingverplichting (M11072).

9.3.3 Overige vorderingen (M11039)

FINANCIËLE VASTE ACTIVA 31-12-2024 31-12-2023
Overige vorderingen    
Vorderingen Kopen naar Wens “vanaf 2013 tot 2023” 102% contracten 15.741 15.406
Amortisatie leningen 11.488 11.813
Stand per 31 december 27.229 27.219

Vorderingen Kopen naar Wens “vanaf 2013 tot 2023” 102% contracten

FINANCIËLE VASTE ACTIVA 31-12-2024 31-12-2023
Vorderingen Kopen naar Wens (bedrag)    
Nominale waarde per 1 januari 35.164 36.969
Mutaties in het boekjaar:    
- Nieuw 0 612
- Afkoop -1.571 -675
- Indexering 1.661 -1.742
Nominale waarde per 31 december 35.254 35.164
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen -19.513 -19.758
Stand per 31 december 15.741 15.406
Vorderingen Kopen naar Wens (aantal)    
Stand per 1 januari 259 258
Mutaties in het boekjaar:    
- Nieuw 0 6
- Afkoop -12 -5
Stand per 31 december 247 259

De actuele waarde van de vorderingen Kopen naar Wens is gebaseerd op de reële waarde. Dit is de contante waarde van de in te toekomst te ontvangen betalingen, waarbij de disconteringstermijn wordt ingeschat op basis van de verwachte gemiddelde bewoningsduur tot afname van het erfpachtrecht. De waardering bedraagt € 15,7 miljoen.

De actuele waarde is berekend met een eigen rekenmodel. De marktwaardewaarderingen zijn tot stand gekomen met inachtneming van het waarderingsprotocol, de procesrichtlijnen en uitvoeringsrichtlijnen die door Dudok Wonen zijn opgesteld.

Voor het bepalen van de marktwaarde maakt het rekenmodel gebruik van de netto contante waarde van de toekomstige kasstromen.

Voor de gehele verwachte looptijd worden de inkomsten en uitgaven, zo goed mogelijk geschat en aan de hand van een disconteringsvoet ‘contant’ gemaakt naar het heden.

Het inschatten van de inkomsten en uitgaven wordt gedaan aan de hand van het scenario uitponden. De waarde van de eigendomsparticipatie is verbonden aan de tijdsverwachting dat de Koper eventuele tussentijdse afkoop en de koopsom voor het verwerven van het bloot eigendom heeft voldaan.

De belangrijkste gehanteerde parameters bij de bepaling van de marktwaarde van de eigendomsparticipaties zijn:

  • disconteringsvoet van 4,49% (2023: 4,53%);
  • indexering van uitgestelde betalingen op basis van prijsindex bestaande koopwoningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS);
  • tussentijdse bijkopen is ingeschat op 1,3% (2023: 1,3%);
  • de tijdsverwachting voor een tussentijdse afkoop is ingeschat op basis van inkomensstijging en discrepantie tussen regio index en de daadwerkelijke waardestijging;
  • Jaarlijkse beheerkosten van € 162,65 euro per participatie (2023: € 157,93).

Amortisatie leningen

FINANCIËLE VASTE ACTIVA 31-12-2024 31-12-2023
Amortisatie leningen    
Nominale waarde per 1 januari 11.813 12.138
Mutaties in het boekjaar:    
- Aflossing/afschrijving -325 -325
Stand per 31 december 11.488 11.813

In 2019 heeft Dudok Wonen besloten tot de doorzak van derivaat in een vastrentende lening. Hierdoor is een vervangende lening ontstaan met een hogere rente dan de op dat moment geldende marktrente. Deze nieuwe leningen zijn initieel gewaardeerd op marktwaarde, waarbij het ongerealiseerde resultaat van de afgekochte renteswaps onder de overige vorderingen is opgenomen en is geamortiseerd over de oorspronkelijke looptijd.

9.4. Vorderingen (M1112)

9.4.1 Huurdebiteuren (M11120)

VORDERINGEN 31-12-2024 31-12-2023
Huurdebiteuren    
Huurdebiteuren 896 914
Voorziening dubieuze huurdebiteuren -641 -416
Stand per 31 december 255 498

De vorderingen zijn opgenomen tegen nominale waarde, rekening houdend met een voorziening voor mogelijke oninbaarheid. De voorziening is gebaseerd op een ouderdomsanalyse van de openstaande vorderingen.

9.4.2 Belastingen en premies sociale verzekeringen (M11164)

VORDERINGEN 31-12-2024 31-12-2023
Belastingen en premies sociale verzekeringen    
Te vorderen vennootschapsbelasting 234 3.328
Stand per 31 december 234 3.328

9.4.3 Overige vorderingen (M11126)

VORDERINGEN 31-12-2024 31-12-2023
Overige vorderingen    
Overige debiteuren 35 26
Waarborgsommen 270 262
Overige vorderingen 491 68
Af te rekenen servicekosten 478 891
Stand per 31 december 1.274 1.247

Af te rekenen servicekosten
I.v.m. exorbitante prijsstijgingen van de nutsvoorzieningen is er in 2024 een vordering ontstaan van de nog af te rekenen servicekosten. Op deze vordering is een voorziening oninbaar opgenomen van € 0,7 miljoen.

Overige debiteuren
De overige debiteuren bestaan voornamelijk uit vorderingen met betrekking tot verkoop.

Overige vorderingen
Onder de overige vorderingen zijn geen posten opgenomen met een looptijd langer dan een jaar. In 2024 is er onder meer een vordering ontstaan door een doorbelasting van bijna € 0,4 miljoen. 

9.4.4 Overlopende activa (M11127)

Onder de overlopende activa zijn geen posten opgenomen met een looptijd langer dan een jaar.

9.5. Liquide middelen (M1114)

LIQUIDE MIDDELEN 31-12-2024 31-12-2023
Liquide middelen    
Vrij opneembare banktegoeden 18.570 12.576
Stand per 31 december 18.570 12.576

9.6. Eigen Vermogen (M1105)

Voor de toelichting op het eigen vermogen wordt verwezen naar paragraaf 14.4 Eigen vermogen.

9.7. Voorzieningen (M1107)

9.7.1 Latente belastingverplichting (M11072)

VOORZIENINGEN 31-12-2024 31-12-2023
Latente belastingverplichting    
Beginwaarde per 1 januari 2.188 2.259
Mutaties in het boekjaar:    
- Toename/Vrijval ten laste van winst- en verliesrekening 26 -71
     
Eindwaarde per 31 december 2.214 2.188

De belasting latenties zijn berekend over tijdelijk verrekenbare verschillen uit hoofde van waardering van vastgoedbeleggingen, onroerende zaken – kopen naar wens, leningen, alsmede de herinvesteringsreserve en de voorwaartse verliescompensatie. De post belasting latenties betreft de tot waardering gebrachte tijdelijke belastbare verschillen ad € 2,2 miljoen (2023: 2,2 miljoen tijdelijke verrekenbare verschillen) en bestaat in 2024 uit de volgende onderdelen:

  • De verrekenbare tijdelijke verschillen: De disagio waardering lening portefeuille € 0,3 miljoen (2023: € 0,3 miljoen).
  • De belastbare tijdelijke verschillen: De voorziening grootonderhoud € 2,5 miljoen (2023: € 2,5 miljoen).

De belastingdienst is in bezwaar akkoord gegaan met een dotatie aan de onderhoudsvoorziening ad € 9.9 miljoen. De Belastingdienst heeft in dit kader een VSO gesloten met Dudok. In de VSO is afgesproken dat de voorziening voor 50% van de berekende waarde kan worden gevormd en dat deze wordt bevroren tot en met het jaar 2029.
Van de vorderingen is een bedrag ad € 0,3 miljoen (2023: € 0,3 miljoen) naar verwachting verrekenbaar binnen 1 jaar.

Nadere toelichting per onderdeel van de belastinglatentie inzake tijdelijke verschillen:

  • Vastgoedbeleggingen die in de komende jaren naar verwachting blijvend zullen worden verhuurd en waarvan de commerciële waarde per complex verschilt van de fiscale waarde. Het verschil bedraagt € 318 miljoen (2023: € 318 miljoen). Er wordt voor dit verschil geen latentie gevormd omdat dit vastgoed fiscaal niet afwikkelt. De fiscale waarde van dit vastgoed betreft een bedrag van € 1.012 miljoen (2023: € 993 miljoen). De commerciële waarde van dit vastgoed betreft een bedrag van € 1.331 miljoen (2023: € 1.312 miljoen). De nominale latente belastingvordering bedraagt € 82 miljoen (2023: € 82 miljoen), zijnde 25,8% over het verschil tussen fiscale waarde en boekwaarde.
  • Het verschil inzake de vastgoedbeleggingen in exploitatie waarvan verwacht wordt dat deze in de komende vijf jaar worden verkocht bedraagt € 8,6 miljoen (2023: € 7,4 miljoen). De nominale waarde van de latente belastingverplichting bedraagt € 2,2 miljoen (2023: € 1,9 miljoen). Omdat bij verkoop gebruik wordt gemaakt van de herinvesteringsreserve, er sprake is van fiscale boekwinst bij verkoop, en wordt voldaan aan RJ272.405 wordt voor dit verschil geen latentie gevormd.
  • Het tijdelijke verschil inzake onroerende zaken verkocht onder voorwaarden bedraagt € 24,6 miljoen (2023: € 26,7 miljoen). De fiscale waarde is hoger dan de boekwaarde. Gelet op het ontbreken van de beschikkingsmacht bij Dudok Wonen inzake het moment van uitkoop is dit tijdelijke verschil niet in de balans gewaardeerd. De latente belastingverplichting bedraagt € 6,1 miljoen (2023: € 6,8 miljoen).

9.7.2 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen (M11073)

Voor de toelichting van de voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen wordt verwezen naar paragraaf 9.1.3 ‘vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie’.

 De voorziening onrendabele investeringen heeft een looptijd van langer dan 1 jaar.

9.7.3 Overige voorzieningen (M11074)

In 2024 heeft Dudok Wonen 1 verzilverde woning (2023: 2) verkocht. In totaal heeft Dudok Wonen ultimo 2024 8 verzilverde woningen (2023: 9) in haar bezit.

Onder de overige voorzieningen is een bedrag van € 0,1 miljoen opgenomen inzake claims van oud-medewerkers. Het bedrag van de voorziening dat naar verwachting binnen 1 jaar afwikkelt bedraagt € 0. Het bedrag van de voorziening dat naar verwachting na meer dan 5 jaar afwikkelt bedraagt € 0.

9.8. Langlopende schulden (M1108)

9.8.1 Schulden/leningen overheid (M11080) en kredietinstellingen (M11081)

LANGLOPENDE SCHULDEN 31-12-2024 31-12-2023
Leningen kredietinstellingen    
Balans per 1 januari 223.967 237.428
Mutaties:    
- Bij: nieuwe leningen (initieel gewaardeerd tegen reële waarde, 25.000 12.500
vervolgwaardering tegen geamortiseerde kostprijs)
- Af: contract aflossingen -7.554 -25.546
- Af: afschrijving agio -416 -415
Sub totaal 240.997 223.967
     
Af: aflossingsverplichting komend jaar -7.411 -2.970
Balans per 31 december 233.586 220.997

De aflossingsverplichting (totaal € 7,4 miljoen) binnen 12 maanden na afloop van het jaar is opgenomen onder kortlopende schulden.

De kenmerken van de leningenportefeuille zijn als volgt:

  • De gewogen gemiddelde rentevoet van het totale bestand aan leningen bedraagt 2,94% (2023: 2, 92%).
  • De gewogen gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille excl. rollover leningen bedraagt 17,2 jaar (2023: 18,3 jaar) en incl. rollover leningen 15,2 jaar (2023: 16,2 jaar).
  • De duration van de leningenportefeuille excl. rollover leningen bedraagt 12,0 jaar (2023: 11,4 jaar) en incl. rollover leningen 10,7 jaar (2023: 10,0 jaar).
  • De leningen van de overheid en kredietinstellingen zijn volledig ter financiering van vastgoed en zijn volledig voor € 225,0 miljoen (2023: voor € 208,3 miljoen) geborgd door het WSW.
LANGLOPENDE SCHULDEN - Leningen kredietinstellingen    
Looptijd 31-12-2024 31-12-2023
< 1 jaar 7.411 2.970
1-5 jaar 56.967 52.767
> 5 jaar 176.619 168.230
Balans per 31 december 240.997 223.967
LANGLOPENDE SCHULDEN - Leningen kredietinstellingen
Soorten leningen Aantal
31-12-2024
Bedrag
31-12-2024
Aantal
31-12-2023
Bedrag
31-12-2023
Vastrentende leningen 26 188.497 25 171.467
Variabel rentende leningen 4 27.500 4 27.500
Extendible leningen 1 25.000 1 25.000
Balans per 31 december 31 240.997 30 223.967
Vastrentende leningen

De rente van de vastrentende leningen is of voor de gehele looptijd gefixeerd of tot het renteherzieningsmoment.

Variabel rentende leningen

Ultimo 2024 zijn er 4 variabel rentende leningen (zogeheten roll-over leningen) met in totaal een hoofdsom van € 28 miljoen. Hiervan is per 31 december 2024 € 27,5 miljoen opgenomen. Voor deze roll-over leningen geldt een variabele rente gebaseerd op 3-maands of 6-maands Euribor plus opslag. Met het doel het renterisico op deze leningen te beperken is een renteswap afgesloten ter dekking van nominaal € 25 miljoen. Deze afgeleide financiële instrumenten worden in paragraaf 9.11.4 nader toegelicht.

Extendible lening

De extendible moet worden gezien als twee afzonderlijke instrumenten: de ‘kale’ lening en de geschreven receiver swaption. Voor alle financiële instrumenten geldt dat de eerste waardering gelijk is aan de reële waarde. Op grond hiervan is eerst de reële waarde van de swaption bepaald. Het restant met de reële waarde van de extendible lening als geheel wordt vervolgens geacht de reële waarde van de lening te zijn.

De initiële reële waarde van de swaption is gelijk aan de impliciet (te) ontvangen premie voor de swaption. Doorgaans komt dit bij een extendible lening tot uitdrukking in een lager dan marktconform rentepercentage (te zien als rentekorting) in de eerste periode van de lening. De reële waarde is dus gelijk aan de contante waarde van deze rentekorting.

De initiële reële waarde van de renteswap op het afsluitmoment is bepaald op € 1,7 miljoen negatief. Dit betekent dat de reële waarde van de lening € 23,30 miljoen bij afsluiten bedroeg. Het totaalbedrag bedroeg nominaal € 25,0 miljoen.

De rentelast in de winst- en verliesrekening met betrekking tot de extendible in 2024 bedraagt € 0,2 miljoen (2023: € 1,14 miljoen).

Renterisico bij herfinanciering

Het rente- en looptijdenbeleid is erop gericht jaarlijks niet meer dan 15% renterisico bij herfinanciering te lopen. Het renterisico (in % van de restant hoofdsom aan het begin van het jaar) wordt berekend als de som van:

  • Het bedrag aan aflossingen van leningen in een jaar, vermeerderd met
  • De restant hoofdsom van rentetypisch langlopende financiering die in een jaar een renteaanpassing krijgen, én.
  • De hoofdsom van rentetypisch kortlopende financiering (zijnde variabel rentende leningen) die in een jaar minimaal één renteaanpassing krijgen, waarbij 
  • Spread- of opslagherzieningen voor de helft van het nominale schuldrestant worden meegewogen.

Op basis van de bestaande leningenportefeuille in de toegelaten instelling ziet het renterisico per ultimo 2024 volgens onderstaande grafiek “rente-exposure leningen Stichting Dudok Wonen” er als volgt uit:

De grafiek ‘Rente-exposure bestaande leningenportefeuille’ geeft de langjarige ontwikkeling weer. De WSW-renterisiconormering van 15% inzake het maximaal toegestane rente-exposure is vanaf 2017 niet meer van toepassing verklaard op het niveau van de individuele woningcorporatie. WSW monitort deze norm wel op sectorniveau en hanteert deze norm bij de weging van de business risks bij de individuele woningcorporatie.

In 2027 is de rente-exposure hoger dan de grenswaarde van 15%. Dit komt door de afloop van de renteswap van ING in dat jaar en de aflossing van de bijbehorende leningen.

LANGLOPENDE SCHULDEN - Leningen kredietinstellingen
Partijen 31-12-2024 31-12-2023
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 177.073 158.019
Nederlandse Waterschapsbank N.V. 36.124 31.881
Overige bankinstellingen (alleen Nederlands) 20.133 26.067
Financiële instellingen (niet zijnde banken) 7.667 8.000
Balans per 31 december 240.997 223.967
Reële waarde

De reële waarde van de leningen wordt gedefinieerd als de contante waarde van de leningenportefeuille waarbij een disconteringsvoet gebaseerd op de rentecurve van de 6-maands Euribor. In paragraaf 9.10.5 is de reële waarde van de leningenportefeuille opgenomen.

Kredietinstellingen

In het verslagjaar werden 3 nieuwe leningen aangetrokken met een looptijd van meer dan één jaar.

9.8.2 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken – Kopen naar Wens “voor 2013 en vanaf 2023” contracten (M11084)

LANGLOPENDE SCHULDEN 2024 2023
Overige schulden - Vooruit ontvangen bedragen ‘Kopen Naar Wens’    
Stand per 1 januari 36.109 34.561
Mutaties in het boekjaar:    
- Vooruit ontvangen bedragen 539 2.430
- Afkoop -654 -883
     
Stand per 31 december 35.994 36.109
KOPEN NAAR WENS 2024 2023
Aantal mutaties in het jaar:    
Stand per 1 januari 357 349
     
Mutaties in het boekjaar:    
- Nieuw 4 14
- Afkoop -8 -6
Stand per 31 december 353 357

Hier zijn de vooruit ontvangen bedragen ‘Kopen naar Wens’ opgenomen. Deze dienen in relatie gezien te worden met de eigendomsparticipaties (paragraaf 9.1.2).
Nagenoeg alle ‘Kopen naar Wens’ koopproducten zijn door de kopers gefinancierd met een hypothecaire lening onder voorwaarde van Nationale Hypotheekgarantie (NHG). Het Waarborgfonds Eigen Woningen garandeert dat NHG van toepassing is onder voorwaarde dat Verkoper (Dudok Wonen) bij dreigende executie de woning terugkoopt tegen de dan geldende marktwaarde, onder verrekening van de eigendomsparticipatie.

9.8.3 Overige schulden (M11083)

LANGLOPENDE SCHULDEN 31-12-2024 31-12-2023
Overige schulden - Waarborgsommen    
Stand per 1 januari 642 683
Mutaties in het boekjaar:    
- Toevoegingen 85 81
- Onttrekkingen -76 -122
Stand per 31 december 651 642

De overige schulden betreffen de van huurders ontvangen waarborgsommen uit hoofde van huurovereenkomsten en dienen als eerste zekerheid voor de voldoening van eventueel verschuldigde achterstallige huur en mutatiekosten. De waarborgsommen zijn inclusief rente en worden bij beëindiging van de huurovereenkomst verrekend.
De waarborgsommen hebben een looptijd langer dan een jaar.

9.9. Kortlopende schulden (M1116)

9.9.1 Schulden aan kredietinstellingen (M11160)

KORTLOPENDE SCHULDEN 31-12-2024 31-12-2023
Schulden aan kredietinstellingen    
Kortlopend deel van de langlopende leningen 7.411 2.970
Stand per 31 december 7.411 2.970

Dudok Wonen heeft daarnaast ultimo 2024 bij de Bank Nederlandse Gemeenten een rekening courantfaciliteit ter grootte van € 10 miljoen (2023: € 10 miljoen). Zie ook paragraaf 9.10.2.

9.9.2 Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen (M11164 en M11165)

KORTLOPENDE SCHULDEN 31-12-2024 31-12-2023
Belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen
Te betalen BTW 1.828 2.226
Loonheffing en sociale lasten 236 157
Ter zake van pensioenen 53 47
Stand per 31 december 2.117 2.430

9.9.3 Overige schulden (M11167)

KORTLOPENDE SCHULDEN 31-12-2024 31-12-2023
Overige schulden    
Serviceabonnement 318 43
Af te rekenen leveringen en diensten - -
Reserveringen vakantie uren 196 195
Diversen 5 2
Stand per 31 december 519 240

9.9.4 Overlopende passiva (M11168)

KORTLOPENDE SCHULDEN 31-12-2024 31-12-2023
Overlopende passiva    
Niet vervallen rente 2.883 2.863
Vooruit ontvangen huren 889 849
Diversen 1.038 745
Stand per 31 december 4.810 4.457

9.10 Financiële instrumenten

9.10.1 Algemeen

Dudok Wonen maakt in de normale bedrijfsuitoefening conform haar treasurystatuut gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die Dudok Wonen blootstellen aan markt- en/of kredietrisico’s en derivaten die deze afdekken. Het betreft per balansdatum een interest derivaat om toekomstige kasstromen af te dekken.

Dudok Wonen handelt niet in deze financiële instrumenten en heeft procedures en gedragslijnen om de omvang van het kredietrisico bij elke tegenpartij of markt te beperken; de instrumenten zijn defensief ingezet. Bij het niet nakomen door een tegenpartij van de aan Dudok Wonen verschuldigde betalingen blijven eventuele daaruit voortvloeiende verliezen beperkt tot de marktwaarde van de desbetreffende instrumenten. De contractwaarde of fictieve hoofdsommen van de financiële instrumenten zijn slechts een indicatie van de mate waarin van dergelijke financiële instrumenten gebruik wordt gemaakt en niet van het bedrag van de krediet- of marktrisico’s.

9.10.2 Kredietrisico

Dudok Wonen loopt kredietrisico over financiële vaste activa en vorderingen. 

Het maximale kredietrisico inzake vorderingen bedraagt € 1,5 miljoen. De vorderingen van Dudok Wonen uit hoofde van huurdebiteuren ad € 0,3 miljoen zijn gespreid over een groot aantal huurders.

De liquide middelen per 31 december 2024 zijn verdeeld over BNG Bank, Rabobank en ING Bank. Er staat per saldo € 14,4 miljoen op rekeningen bij BNG Bank. Bij Rabobank staat € 4,0 miljoen uit en bij ING staat € 0,2 miljoen uit. Deze banken hadden alle per 31 december 2024 een rating van A of hoger bij de kredietbeoordelaars S&P, Moody’s en Fitch.

9.10.3 Renterisico en kasstroomrisico

Dudok Wonen loopt renterisico over de rentedragende vorderingen en schulden. Voor vorderingen en schulden met variabele renteafspraken loopt Dudok Wonen risico ten aanzien van de toekomstige kasstromen, met betrekking tot vastrentende vorderingen en schulden loopt Dudok Wonen risico’s over de marktwaarde.

De gemiddelde rentevoet op de leningenportefeuille bedraagt 2,94%. In de periode 2025 - 2029 wordt € 57,4 miljoen afgelost. Op basis van de gemiddelde rentevoet dalen de rentelasten in 2028 als gevolg van de aflossingen met circa € 1,6 miljoen. Daarnaast wordt in de periode 2025 – 2029 voor € 30 miljoen de rente herzien.  De herfinancieringsbehoefte in de periode 2025- 2029 bedraagt € 43 miljoen. Op basis van de huidige gemiddelde rentevoet bedragen de rentelasten voor de herfinancieringsbehoefte € 1,26 miljoen in 2029. Bij een structurele stijging van de rentevoet met 1% ten opzichte van de gemiddelde rentevoet, dus naar 3,94%, bedraagt het renterisico van herfinancieringsbehoefte in 2029 € 0,43 miljoen per jaar. Het renterisico over de renteherzieningen bedraagt € 0,28 miljoen per jaar.

Zie voor een nadere toelichting inzake de renteherzienings- en aflossingsmomenten, ‘concentratie liquiditeitsrisico’ onder punt 9.8.1.

9.10.4 Concentratie liquiditeitsrisico

Uit onderstaande opstelling blijkt dat het liquiditeitsrisico is geconcentreerd bij N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG Bank) en de Nederlandse Waterschapsbank N.V. (NWB Bank). BNG Bank is als structuurvennootschap een bank van en voor overheden en instellingen van maatschappelijk belang. De aandeelhouders van de bank zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen en de andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. De NWB Bank is een financiële dienstverlener voor de overheidssector. Alle aandelen van de bank zijn in handen van overheden. Het liquiditeitsrisico is hiermee vrijwel gelijk aan dat van de Nederlandse staat. Per ultimo van 2024 hadden beide banken de hoogste credit rating van Moody’s en Standard en Poor’s (Aaa respectievelijk AAA). BNG Bank heeft voorts een AAA credit rating van Fitch.

Geldgevers

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

Geldgevers  
BNG 73%
NWB 15%
Overig 12%

Verdeling gebaseerd op nominale restschuld.

9.10.5 Reële waarde

De reële waarde van de in de balans verantwoorde financiële instrumenten zoals vorderingen, liquide middelen en kortlopende schulden, benadert de boekwaarde ervan.

De reële waarde van de schulden aan overheid en kredietinstellingen bedraagt ultimo 2024 € 251,6 miljoen (2023: € 230,1 miljoen) en is daarbij gebaseerd op de kasstromen van de leningenportefeuille (exclusief rentederivaten). De disconteringsvoet is gebaseerd op de rentecurve van de 6-maands Euribor. Het nominale schuldrestant bedraagt ultimo 2024 € 225,8 miljoen (2023: € 208,3 miljoen).

De reële waarde van de afgeleide financiële instrumenten is in paragraaf 9.11.4 opgenomen.

De reële waarde van de overige langlopende schulden benadert de boekwaarde ervan.

9.10.6 Valutarisico

Dudok Wonen is alleen werkzaam in Nederland en loopt geen valutarisico’s.

9.11. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Niet in de balans opgenomen activa

9.11.1 Terugkooprecht verkochte woningen

In het navolgende overzicht is het aantal verkochte woningen opgenomen, waarvoor Dudok Wonen het terugkooprecht heeft.

TERUGKOOPRECHT VERKOCHTE WONINGEN    
Verkoopproduct Aantal 2024 Aantal 2023
Koop Goedkoop 1.010 1.020
Kopen naar Wens 600 616
  1.610 1.636

Het terugkooprecht houdt in dat de woning bij verkoop door de koper eerst aan Dudok Wonen te koop dient te worden aangeboden voor de dan geldende marktwaarde. Indien Dudok Wonen geen gebruik maakt van het terugkooprecht, kan de koper de woning te koop aanbieden op de vrije markt.

9.11.2 Opstalrechten Verenigingen v Eigenaren

Op 44 VvE-complexen heeft Dudok Wonen het recht van opstal gevestigd. Dudok Wonen heeft de bevoegdheid tot het in eigendom hebben, het aanbrengen, beheren/onderhouden en (indien nodig) vernieuwen en vervangen van energieopwekkende en/of milieubesparende installaties en toebehoren op, in, aan en boven het gebouw.

Niet in de balans opgenomen verplichtingen

9.11.3 Obligoverplichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw

De woningcorporatie heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken. De lening sluit aan op hetgeen is vereist. Dit betekent dat de hoofdsom overeenkomt met 2,6% van het geborgd schuldrestant ultimo 2024. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW daartoe een verzoek heeft gedaan en de woningcorporatie niet binnen 10 werkdagen na dit verzoek kan storten. Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde. In het geval van een eventuele storting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door de woningcorporatie.

9.11.4 Afgeleide financiële instrumenten

Dudok Wonen heeft de volgende afgeleide financiële instrumenten:

RENTE DERIVATEN  
Rente derivaten Aantal
Renteswaps ('plain vanilla') 1

Renteswaps

RENTE DERIVATEN            
Swap nr. Tegenpartij Bedrag lening Rentepercentage Startdatum Einddatum Hedge Marktwaarde
      Variabel Vast        
1. ING 25.000 3mnd Euribor 4,52 30-11-2007 30-11-2027 25.000 -1.699
    25.000         25.000 -1.699

In 2024 heeft Dudok Wonen geen nieuwe afgeleide financiële instrumenten aangetrokken.

Effectiviteit hedgerelaties:

De wijzigingen in reële waarde van renteswaps waarop kostprijs hedge accounting wordt toegepast en de in de winst-en-verliesrekening verwerkte ineffectiviteit, is ultimo boekjaar als volgt:

HEDGERELATIE Wijzigingen in reële waarde sinds eerste verwerking
Renteswaps in een hedgerelatie € 25 miljoen
Effectieve deel van de hedgerelatie € 25 miljoen
Totale ineffectiviteit € -
In de winst-en-verliesrekening verwerkte ineffectiviteit € -
Toezicht belemmerende bepalingen:

Er was in 2024 geen sprake van toezicht belemmerende bepalingen uit hoofde van het bepaalde in de beleidsregels financiële derivaten toegelaten instellingen volkshuisvesting.

9.11.5 Investeringsverplichtingen

Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor nieuwbouw, aankoop van woningen en herstructurering van woningen tot een bedrag van € 18,7 miljoen (2023: € 23,2 miljoen). Dit heeft betrekking op een aantal (grootschalige) projecten welke in uitvoering zijn gegaan.

9.11.6 Contractonderhoudsverplichtingen

In het kader van onderhoud aan gebouwen en individuele woningen zijn met verschillende onderhoudsbedrijven verplichtingen aangegaan. Het contractonderhoud bestaat voornamelijk uit:

  • Liftonderhoud;
  • CV/WW-onderhoud;
  • onderhoud aan brandmeldinstallaties;
  • onderhoud aan mechanische ventilatie;
  • centrale deuropeners.

Alle verplichtingen zijn 1-jarig. De totale verplichting voor 2024 wordt becijferd op € 1,4 miljoen (2023: € 1,7 miljoen).

9.11.7 Verplichtingen Verenigingen van Eigenaren

De Verenigingen van Eigenaren (VvE) zijn zelfstandige juridische entiteiten en beschikken elk over een reservefonds of onderhoudsvoorziening. Het totaal van de reservefondsen van deze VvE’s bedraagt ultimo 2024 € 15,4 miljoen tegen € 15,7 miljoen ultimo 2023.

Op basis van de eigendomsverhouding bedraagt het aandeel van Dudok Wonen in deze reservefondsen € 8,0 miljoen ultimo 2024 tegen € 8,2 miljoen ultimo 2023.

Ten behoeve van de verkoop van appartementen zijn deze VvE’s opgericht. Ter voorkoming van achterstallig onderhoud in de eerste jaren van het bestaan van de verenigingen, stelt Dudok Wonen aan de vereniging een ‘bruidsschat’ ter beschikking gebaseerd op de eerste 10 jaar van de meerjarenonderhoudsbegroting.

9.11.8 Leaseverplichtingen

Dudok Wonen is leaseverplichtingen aangegaan voor een groot deel van haar wagenpark. De verplichting voor 2024 bedraagt circa € 0,1 miljoen (2023: € 0,1 miljoen).

9.11.9 Aansprakelijkheid bij een fiscale eenheid

Stichting Dudok Wonen vormt met de geeloranje gearceerde groepsmaatschappijen zoals opgenomen in het organisatieschema (paragraaf 4.5) een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting en voor de omzetbelasting. Op grond van de standaardvoorwaarden is Dudok Wonen en de met haar gevoegde dochterondernemingen ieder hoofdelijk aansprakelijk voor ter zake door de combinatie verschuldigde belasting.

9.11.10 Jubilea en pensioen

In de cao Woondiensten is geregeld dat de werknemers bij dienstjubilea of pensionering een gratificatie ontvangen. Ultimo boekjaar wordt de verplichting geschat op ongeveer € 0,2 miljoen (2023: € 0,2 miljoen).

9.11.11 Loopbaanontwikkeling

In de cao Woondiensten is geregeld dat de werknemers recht hebben op een budget voor loopbaanontwikkeling. Werknemers hebben naar rato van FTE recht op een budget van € 900,- per jaar voor loopbaanontwikkeling tot een maximum saldo van € 4.500,-. Medewerkers die het maximum saldo van € 4.500,- nog niet hebben bereikt ontvangen jaarlijks een dotatie van € 900,- tot het maximum saldo is bereikt. Ultimo boekjaar wordt de verplichting becijferd op ongeveer € 0,1 miljoen (2023: € 0,1 miljoen).

9.12. Verbonden partijen

Met een aantal van haar deelnemingen heeft Dudok Wonen naast haar aandelenbelang ook een zakelijke relatie, waarbij producten (veelal onroerende zaken bestemt voor de verhuur) en/of diensten van de betreffende deelnemingen worden afgenomen. Deze transacties zijn steeds gebaseerd op gebruikelijke contractuele afspraken waarbij marktconforme condities zijn overeengekomen.

9.13. Gebeurtenissen na balansdatum

Dispositiebesluit project Kroatiekade in Almere

De verkoop van het project in Almere is vanuit strategisch oogpunt wenselijk. In de nieuwe portefeuillestrategie is immers de keuze gemaakt om ons te richten op de Gooi en Vechtstreek.

In november 2024 is in het MT afgesproken dat verkend zou worden of het mogelijk is om het project Kroatiëkade in Almere te verkopen aan Woningcorporatie GoedeStede. De gemeente Almere staat positief tegenover verkoop aan GoedeStede. De RvC is hier op 26 november 2024 over geïnformeerd.

Op 15 april is een bestuursbesluit genomen tot verkoop van het project in Almere voor € 0,7 miljoen aan de GoedeStede. 

10. Toelichting op de geconsolideerde winst-en-verliesrekening

10.1. Exploitatie vastgoedportefeuille

10.1.1 Huuropbrengsten

EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE 2024 2023
Huren    
Netto huur 53.576 51.868
Kortingen -50 -47
Derving wegens leegstand en oninbaarheid -1.612 -1.204
  51.914 50.617
     
Huurderving in % van de netto huur 3,01% 2,32%
Huurachterstand in % van de netto huur 1,67% 1.76%
Erfpacht    
Erfpacht 2.317 2.168
Kortingen -819 -818
  1.498 1.350
TOTAAL 53.412 51.967

De verandering in huuropbrengsten komt door:

  • huurverhoging per 1 juli 2024;
  • huurharmonisatie;
  • huurverhoging wegens woningverbeteringen;
  • oplevering en aankoop van woningen in 2024;
  • verdwijnen van woningen als gevolg van verkoop, sloop en herstructurering.

De erfpachtopbrengsten zijn van de onder het regime van “Koop Goedkoop” verkochte woningen. Hierop wordt in de eerste tien jaar na verkoop een aflopende korting verstrekt. Indien de woning door de eigenaar weer wordt verkocht, wordt de korting weer opnieuw afgebouwd.

10.1.2 Opbrengsten servicecontracten

Onder de post opbrengsten servicecontracten zijn begrepen alle op grond van de huurovereenkomst aan huurders doorberekende kosten, die betrekking hebben op leveringen en diensten.

10.1.3 Lasten servicecontracten

Dit betreft de kosten die betrekking hebben op leveringen en diensten (zie 10.1.2).

10.1.4 Lasten verhuur en beheeractiviteiten

EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE 2024 2023
Lasten verhuur en beheer-activiteiten    
Erfpacht -2 -4
Toegerekende afschrijvingen -218 -215
Toegerekende personeelskosten -2.676 -2.110
Toegerekende overige bedrijfslasten -4.411 -3.324
  -7.307 -5.653

10.1.5 Lasten onderhoudsactiviteiten

EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE 2024 2023
Lasten onderhoudsactiviteiten    
Contractonderhoud -1.637 -1.351
Planmatig onderhoud -5.019 -5.971
Dagelijks onderhoud (klachten en mutatie) -5.812 -6.227
VVE bijdragen onderhoud -1.747 -1.730
Geactiveerde productie 290 364
Toegerekende afschrijvingen -83 -166
Toegerekende personeelskosten -1.056 -1.787
Toegerekende overige bedrijfslasten -1.317 -2.042
  -16.383 -18.910

10.1.6 Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE 2024 2023
Overige directe operationele lasten exploitatie bezit    
Overige bedrijfsopbrengsten 28 63
Onroerende zaakbelastingen -1.270 -1.247
Belastingen en heffingen -1.583 -1.436
Overige -287 -294
  -3.112 -2.914

10.2. Verkoop vastgoedportefeuille

10.2.1 Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

VERKOOP VASTGOEDPORTEFEUILLE 2024 2023
Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille    
Opbrengst verkopen 8.687 11.303
Direct toerekenbare kosten -285 -398
  8.402 10.905
Per soort opbrengst:  
Koop Goedkoop 977 2.151
Kopen naar Wens 1.015 5.635
Vrije verkoop 6.695 3.517
  8.687 11.303
Per soort aantal (woningen):    
Koop Goedkoop 2 11
Kopen naar Wens 4 20
Vrije verkoop 16 12
  22 43

Het aantal Koop Goedkoop gronden dat is bijgekocht en verantwoord onder de Koop Goedkoop opbrengsten in 2024 bedraagt 9 eenheden (2023: 5 eenheden).

10.2.2 Toegerekende organisatiekosten

VERKOOP VASTGOEDPORTEFEUILLE 2024 2023
Toegerekende organisatiekosten    
Geactiveerde productie ten behoeve van het eigen bedrijf 132 179
Toegerekende personeelskosten -617 -543
Toegerekende afschrijvingen -51 -55
Toegerekende overige bedrijfslasten -804 -672
  -1.340 -1.091

10.2.3 Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille

VERKOOP VASTGOEDPORTEFEUILLE 2024 2023
Boekwaarde vastgoedportefeuille    
Koop Goedkoop -817 -1.448
Kopen naar Wens -575 -3.955
Vrije verkoop -4.313 -2.173
  -5.705 -7.576

10.3. Overige activiteiten

10.3.1 Overige organisatiekosten

OVERIGE ACTIVITEITEN 2024 2023
Overige organisatiekosten    
Toegerekende personeelskosten -1.722 -1.474
Overige bedrijfslasten -458 -606
  -2.180 -2.080

10.3.2 Leefbaarheid

OVERIGE ACTIVITEITEN 2024 2023
Leefbaarheid    
Leefbaarheid -198 -190
Toegerekende afschrijvingen -26 -38
Toegerekende personeelskosten -308 -347
  -532 -575

10.4. Bedrijfslasten

10.4.1 Afschrijvingen op materiële vaste activa (M1143)

BEDRIJFSLASTEN 2024 2023
Afschrijving op (im)materiële vaste activa    
Afschrijvingskosten kantoorgebouw -86 -253
Afschrijvingskosten inventaris -28 -18
Afschrijvingskosten automatisering -263 -203
  -377 -474

10.5. Personeelskosten

BEDRIJFSLASTEN 2024 2023
Personeelskosten    
Lonen en salarissen -4.974 -4.838
Sociale lasten -801 -768
Pensioenlasten -603 -655
  -6.378 -6.261

10.5.1 Lonen en salarissen (M1140)

Bij de ‘overige informatie’ in hoofdstuk 11 wordt er verder ingegaan op het personeelsbestand, de bestuurders en commissarissen.

10.5.2 Pensioenlasten (M1142)

Naar de stand van ultimo december 2024 was de dekkingsgraad van het pensioenfonds (SPW) 129,0% (2023: 128,8%). Vanaf 2015 diende het pensioenfonds een dekkingsgraad van ten minste 125% te hebben.

10.5.3 Allocatie personeelskosten

De personeelskosten zijn als volgt gealloceerd:

PERSONEELSKOSTEN 2024 2023
Allocatie personeelskosten    
Lasten verhuur en beheeractiviteiten -2.676 -2.110
Lasten onderhoudsactiviteiten -1.056 -1.787
Toegerekende organisatiekosten (verkoopactiviteiten) -617 -543
Overige organisatiekosten -1.722 -1.473
Leefbaarheid -308 -347
  -6.379 -6.260

10.5.4 Overige bedrijfslasten (M1148)

BEDRIJFSLASTEN 2024 2023
Overige bedrijfslasten    
Huisvestingskosten -321 -281
Transportkosten -129 -119
Communicatiekosten -129 -136
Kantoorkosten -1.783 -1.615
Algemene kosten -1.986 -1.780
Overige personeelskosten -1.664 -2.035
Directe bedrijfskosten -4.288 -3.793
  -10.300 -9.759

10.6. Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

10.6.1 Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

NIET-GEREALISEERDE WAARDEVERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE 2024 2023
Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Dotatie voorziening onrendabele investeringen vastgoed in ontwikkeling -5.963 -4.577
Terugneming afwaardering vastgoed in ontwikkeling 3.826 785
Terugneming afwaardering na-investeringen -39 -32
Overige - 14
  -2.176 -3.810

10.6.2 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

NIET-GEREALISEERDE WAARDEVERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE 2024 2023
Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Waardeverandering DAEB vastgoed in exploitatie -2.696 -28.512
Waardeverandering niet-DAEB vastgoed in exploitatie -7.689 -4.430
  -10.385 -32.942

10.6.3 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

NIET-GEREALISEERDE WAARDEVERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE 2024 2023
 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
- Indexering 416 917
- Herwaardering Eigendomsparticipaties 1.707 -3.992
  2.123 -3.075

10.6.4 Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop

Dit betreffen verwerkte winsten/verliezen van onderhanden projecten.

10.7. Financiële baten en lasten

10.7.1 Rentebaten en soortgelijke opbrengsten (M1190)

FINANCIELE BATEN EN LASTEN 2024 2023
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten    
Geactiveerde rente projecten in ontwikkeling 990 482
Rente op overige financiële vaste activa 233 482
  1.223 964

10.7.2 Rentelasten en soortgelijke kosten

FINANCIELE BATEN EN LASTEN 2024 2023
Rentelasten en soortgelijke kosten    
Rente langlopende schulden en derivaten -6.663 -6.555
Rente kortlopende schulden -203 -38
  -6.866 -6.593

10.8. Belastingen

Stichting Dudok Wonen vormt samen met Dudok Ontwikkeling B.V. en Goois Wonen B.V. per 01-01-2015 een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. De vennootschapsbelasting is in elk van de rechtspersonen opgenomen voor dat deel dat de desbetreffende rechtspersoon als zelfstandig belastingplichtige verschuldigd zou zijn, rekening houdend met voor de vennootschap geldende fiscale faciliteiten.

De nieuwe fiscale wetgeving gebaseerd op de OESO “Pilar Two model rules” is niet van toepassing op Stichting Dudok Wonen.

Het gewogen gemiddelde toepasselijke belastingtarief bedraagt 25,7% (2023: 25,7%). De belastinglast in de winst-en-verliesrekening over 2024 bedraagt € 4,6 miljoen (2023: € 4,1 miljoen belastinglast). 


Het effectieve belastingtarief (acute belastingen boekjaar gedeeld door resultaat voor vennootschapsbelasting) bedraagt 50,5% (2023: -19,4%). De afwijking van het wettelijk tarief van 25,8% (2023: 25,8%) wordt veroorzaakt door permanente en tijdelijke verschillen zoals hieronder weergegeven

BELASTINGEN 2024 2023
Vennootschapsbelasting    
Mutatie latente belastingen -27 71
Acute belastingen boekjaar -4.634 -4.142
Correctie belastingen boekjaar 2021 - 92
Correctie belastingen boekjaar 2022* -1.811 99
Correctie belastingen boekjaar 2023 11 -
  -6.461 -3.880
BELASTINGEN 2024 2023
Berekening vennootschapsbelasting    
Resultaat voor vennootschapsbelasting 9.183 -21.376
Resultaat deelneming    
     
Permanente en tijdelijke verschillen:    
Afschrijvingen -802 -659
Waardeveranderingen vastgoedportefeuille 10.396 39.828
Verkoop bestaand bezit 1.687 2.042
Onderhoudslasten (commercieel geactiveerd) 878 448
Geactiveerde bouwrente -744 -339
(Dis)agio leningen -103 -303
Fiscaal minder te activeren woningverbeteringen - -258
Afboeking projectkosten - -102
Overige 16 19
Belastbaar bedrag 20.513 19.300
Herinvesteringsreserve -4.531 -5.335
ATAD (Rente-aftrekbeperking) 2.033 2.141
Belastbaar bedrag na verliescompensatie 18.015 16.106
     
Acute belastingen boekjaar 4.634 4.142

Bij de fiscale eenheid van Stichting Dudok Wonen resteren er geen verrekenbare verliezen.

11. Overige informatie

11.1. Werknemers

Gedurende het boekjaar 2024 bedroeg het gemiddeld aantal werknemers bij Dudok Wonen 70,0 (2023: 76,3).

WERKNEMERS 2024 2023
Gemiddeld    
Directeur-bestuurder & Staf 13,9 16,2
Woonbedrijf 39,3 43,7
Informatiemanagement & Financiën 16,8 16,1
  70,0 76,3

Per 31-12-2024 had Dudok Wonen 71,4 (2023: 72,5) werknemers in dienst. Het aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten.
Naast de werknemers in dienst had Dudok Wonen 12,0 (2023: 5,9) aan ingehuurd personeel per 31-12-2024. Het aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten.

WERKNEMERS 31-12-2024 31-12-2023
Ultimo    
Werknemers in dienst 71,4 72,5
Ingehuurd personeel 12 5,9
  83,4 78,4

Alle personeelsleden zijn werkzaam in Nederland.

11.2. Bestuurders en commissarissen

Aan bezoldigingen met inbegrip van pensioenlasten als bedoeld in artikel 2:383, lid1, BW, is in het boekjaar ten laste van Dudok Wonen en groepsmaatschappijen gekomen voor: 

BESTUURDERS EN COMMISSARISSEN 31-12-2024 31-12-2023
Bezoldiging    
Bestuurders 189 232
Commissarissen en voormalige commissarissen 86 79
  275 311

De bezoldiging van de bestuurder omvat:

  • periodiek betaalde beloningen (zoals salarissen, sociale lasten, vakantiegeld, doorbetaling bij vakantie en ziekte en presentiegelden);
  • beloningen betaalbaar op termijn (zoals pensioenlasten en jubileumuitkeringen);

De bezoldiging van de Raad van Commissarissen kan als volgt worden gespecificeerd:

COMMISSARISSEN 2024 2023
Specificatie bezoldiging    
Dhr. W.D. van Leeuwen 23,4 22,4
Mw. N. Eysbroek 15,6 11,2
Mw. F.R.M. Rieter 15,6 15
Mw. E.L. Özyenici 15,6 15
Dhr. B.G.M. Moesbergen 15,6 15
  85,8 78,5

De weergegeven beloning is inclusief sociale lasten en BTW. Voor de werkzaamheden van de leden van de Raad van Commissarissen is er geheel 2024 geen BTW in rekening gebracht.

11.3. WNT-verantwoording 2024 Dudok Wonen

Vanaf 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van kracht. De WNT is van toepassing op Dudok Wonen. Het voor Dudok Wonen toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 195.000,- (het bezoldigingsmaximum voor de woningcorporaties, klasse F).

De informatie in het kader van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector is als volgt:

Leidinggevende functionarissen met dienstbetrekking

 Gegevens 2024  
 Bedragen x € 1 J.J.A.M. van Ham
Gegevens per WNT instelling Stichting Dudok Wonen
Functiegegevens Directeur – Bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2024 1/1 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking Ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 166.514
Beloningen betaalbaar op termijn 22.665
Subtotaal 189.179
   
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 195.000
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t.
Bezoldiging 189.179
   
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de Overschrijding al dan niet is toegestaan -
   
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t.
 Gegevens 2023  
 Bedragen x € 1 J.J.A.M. van Ham
Gegevens per WNT instelling Stichting Dudok Wonen
Functiegegevens Directeur – Bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2023 1/11 - 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1
Dienstbetrekking Ja
Bezoldiging  
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 27.270
Beloningen betaalbaar op termijn 3.525
Subtotaal 30.795
   
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 31.252
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t.
Bezoldiging 30.795

Toezichthoudende topfunctionarissen

 Gegevens 2024      
 Bedragen x € 1 Dhr. W.D. van Leeuwen Mw. N. Eysbroek Mw. E.L. Özyenici 
Functiegegevens Voorzitter Lid Raad van Commissarissen Lid Raad van Commissarissen
Raad van Commissarissen
Aanvang en einde functievervulling in 2024 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 23.400 15.600 15.600
       
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 29.250 19.500 19.500
       
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag - - -
       
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan - - -
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t.
 Gegevens 2023      
 Bedragen x € 1 Dhr. W.D. van Leeuwen Mw. N. Eysbroek Mw. E.L. Özyenici 
       
       
Functiegegevens Voorzitter
Raad van Commissarissen
Lid Raad van Commissarissen Lid Raad van Commissarissen
       
Aanvang en einde functievervulling in 2023 1/1 - 31/12 1/4 - 31/12 1/1 - 31/12
       
Bezoldiging      
Bezoldiging 22.440 11.220 14.960
       
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 28.050 14.089 18.700

Vervolg Toezichthoudende topfunctionarissen

 Gegevens 2024    
 Bedragen x € 1 Dhr. B.G.M. Moesbergen Mw. F.R.M. Rieter
Functiegegevens Lid Raad van Commissarissen Lid Raad van Commissarissen
Aanvang en einde functievervulling in 2024 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
     
Bezoldiging    
Bezoldiging 15.600 15.600
     
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 19.500 19.500
     
Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag - -
     
Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan - -
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t.
 Gegevens 2023    
 Bedragen x € 1 Dhr. B.G.M. Moesbergen Mw. F.R.M. Rieter
Functiegegevens Lid Raad van Commissarissen Lid Raad van Commissarissen
Aanvang en einde functievervulling in 2023 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
     
Bezoldiging    
Bezoldiging 14.960 14.960
     
Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum 18.700 18.700
1) Bestuurdersbeloning:

De bestuurdersbeloning in 2024 van mevrouw J.J.A.M. van Ham is conform de WNT.

2) Raad van Commissarissen (RvC) beloning:

De RvC beloning in 2024 is conform de WNT.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2024 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Bij Dudok Wonen zijn de bestuurder en de RvC-leden als topfunctionaris aangemerkt. In het bestuursreglement is vastgelegd hoe besluitvorming in de organisatie plaatsvindt. De bestuurder neemt in aanwezigheid van het managementteam (MT), in volledige transparantie en waarbij alle belangen zijn overwogen en de beraadslaging van het MT is gehoord, een bestuursbesluit.

In de situatie dat de bestuurder tijdelijk niet op kantoor kan komen door bijvoorbeeld vakantie of andere redenen, dan wordt voor deze periode een volmacht afgegeven aan één van de MT-leden om de dagelijkse operaties te leiden. Daarbij is de bestuurder altijd beschikbaar voor dringende zaken.

11.4. Accountantshonoraria

De volgende honoraria van BDO Audit & Assurance B.V. zijn in het boekjaar ten laste gebracht van de toegelaten instelling, haar dochtermaatschappijen en andere maatschappijen die zij consolideert, een en ander zoals bedoeld in artikel 2:382a BW.

HONORARIA VAN DE ACCOUNTANT 2024 2023
Uitsplitsing:    
Onderzoek van de jaarrekening 200 135
Andere controleopdrachten 27 13
Adviesdiensten op fiscaal terrein - -
Andere niet controlediensten - -
  227 148

12. Enkelvoudige balans per 31 december 2024

(Bedragen x € 1.000, voor resultaatbestemming)

  ACTIVA 31-12-2024 31-12-2023
Ref. VASTE ACTIVA    
M1102 Vastgoedbeleggingen    
M11028 DAEB vastgoed in exploitatie 903.877 875.961
M11020 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 325.933 338.465
M11024 Onroerende zaken – verkocht onder voorwaarden 60.837 62.047
M11021 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 10.331 16.035
    1.300.978 1.292.508
M1102 Materiële vaste activa    
M11022 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie 8.983 8.986
    8.983 8.986
M1103 Financiële vaste activa    
M11031 Vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen 105.837 106.676
M11033 Andere deelnemingen 2 2
M11039 Overige vorderingen 27.229 27.219
    133.068 133.897
       
    1.443.029 1.435.391
       
  VLOTTENDE ACTIVA    
M1112 Vorderingen    
M11120 Huurdebiteuren 238 470
M11164 Belastingen en premies van sociale verzekeringen 1.906 1.636
M11126 Overige vorderingen 1.364 1.222
M11127 Overlopende activa 3 34
    3.511 3.362
       
M1114 Liquide middelen 14.528 4.219
       
    18.039 7.581
       
  TOTAAL 1.461.068 1.442.972

(Bedragen x € 1.000 voor resultaatbestemming)

  PASSIVA 31-12-2024 31-12-2023
Ref. VERMOGEN LANG    
M1105 Eigen vermogen    
M11053 Herwaarderingsreserves 712.672 722.391
M11053 Overige reserves 454.681 470.220
M11054 Resultaat na belastingen van het boekjaar 2.722 -25.256
    1.170.075 1.167.355
       
M1107 Voorzieningen    
M11073 Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen 159 3.473
M11072 Latente belastingverplichtingen 1.983 2.704
M11074 Overige voorzieningen 172 194
    2.314 6.371
       
M1108 Langlopende schulden    
M11081 Schulden aan banken 233.586 220.997
M11084 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 35.994 36.109
M11083 Overige schulden 410 419
    269.990 257.525
       
    1.442.379 1.431.251
       
  VERMOGEN KORT    
M1116 Kortlopende schulden    
M11160 Schulden aan banken 7.411 2.970
M11162 Schulden aan leveranciers en handelskredieten 1.135 1.733
M11164 en M11165 Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen 5.264 2.385
M11167 Overige schulden 513 255
M11168 Overlopende passiva 4.366 4.378
    18.689 11.721
       
  TOTAAL 1.461.068 1.442.972

13. Enkelvoudige winst- en verliesrekening over 2024

(Bedragen x € 1.000) functioneel model

    2024 2023
Ref. EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE    
  Huuropbrengsten 49.280 48.039
  Opbrengsten servicecontracten 2.347 2.865
  Lasten servicecontracten -2.347 -2.865
  Lasten verhuur en beheeractiviteiten -7.250 -5.591
  Lasten onderhoudsactiviteiten -15.372 -18.090
  Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -2.663 -2.443
  Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 23.995 21.915
       
  VERKOOP VASTGOEDPORTEFEUILLE    
  Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 8.402 10.905
  Toegerekende organisatiekosten -1.334 -1.091
  Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -5.705 -7.576
  Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 1.363 2.238
       
  NIET-GEREALISEERDE WAARDEVERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE    
  Overige waardeveranderingen van vastgoedportefeuille -2.176 -3.810
  Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille -15.272 -35.142
  Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden 2.123 -3.075
  Waardeveranderingen vastgoedportefeuille -15.325 -42.027
       
  OVERIGE ACTIVITEITEN    
  Opbrengsten overige activiteiten 179 139
  Kosten overige activiteiten -170 -132
  Netto resultaat overige activiteiten 9 7
       
  Overige organisatiekosten -2.180 -2.078
  Leefbaarheid -532 -575
  FINANCIELE BATEN EN LASTEN    
  Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 1.223 946
  Rentelasten en soortgelijke kosten -6.866 -6.593
  Saldo financiële baten en lasten -5.643 -5.647
       
  RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING VOOR BELASTINGEN 1.687 -26.167
  Belastingen -4.926 -5.758
  Resultaat uit deelnemingen 5.961 6.669
  RESULTAAT NA BELASTINGEN (TOTAALRESULTAAT) 2.722 -25.256

14. Toelichting op de enkelvoudige balans

14.1. Algemeen

14.1.1 Grondslagen van waardering en bepaling van het resultaat

De grondslagen van waardering en van resultaatbepaling voor de vennootschappelijke jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening zijn gelijk. Deelnemingen in groepsmaatschappijen worden gewaardeerd op de nettovermogenswaarde in overeenstemming met paragraaf 5.4.1 in de geconsolideerde jaarrekening. 

Voor de grondslagen van de waardering van activa en passiva en voor de bepaling van het resultaat wordt verwezen naar de in hoofdstuk 4 t/m 8 opgenomen toelichting op de geconsolideerde balans en winst-en-verliesrekening. Waar de toelichting geconsolideerd en enkelvoudig gelijk is, wordt verwezen naar de toelichting op de geconsolideerde jaarrekening.

14.2. Vastgoedbeleggingen (M1104)

14.2.1 DAEB vastgoed in exploitatie (M11028) en niet-DAEB vastgoed in exploitatie gekwalificeerd als vastgoedbelegging (M11020)

De mutaties in de vastgoedbeleggingen zijn in het navolgende schema samengevat:

VASTGOEDBELEGGINGEN 31-12-2024 31-12-2023
DAEB vastgoed in exploitatie    
Marktwaarde per 1 januari 875.961 891.410
     
Mutaties    
- Investeringen 12.580 9.498
- Desinvesteringen -5.673 -7.590
- Overboeking gereedgekomen activa ontwikkeling 22.284 10.197
- Overboeking DAEB vastgoed - niet-DAEB vastgoed 364 199
- Aankopen 1.019 604
- Overige mutaties 0 4
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen -2.657 -28.361
Totaal mutaties 27.916 -15.449
     
Marktwaarde per 31 december 903.877 875.961
DAEB vastgoed in exploitatie (aantal)    
Aantal per 1 januari 5.476 5.474
Toe- of afname 84 2
     
Aantal per 31 december 5.560 5.476
VASTGOEDBELEGGINGEN 31-12-2024 31-12-2023
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie    
Marktwaarde per 1 januari 338.465 344.196
     
Mutaties    
- Investeringen 644 1.451
- Desinvesteringen -288 -708
- Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling    
- Overboeking DAEB vastgoed - niet-DAEB vastgoed -364 -199
- Aankopen 59 468
- Overige mutaties 0 8
- Niet-gerealiseerde waardeveranderingen -12.583 -6.751
Totaal mutaties -12.532 -5.731
     
Boekwaarde per 31 december 325.933 338.465
Niet-DAEB vastgoed in exploitatie (aantal)    
  2.444 2.453
Toe- of afname -5 -9
     
Aantal per 31 december 2.439 2.444

14.3. Financiële vaste activa (M1103)

14.3.1 Deelnemingen in groepsmaatschappijen (M11031)

Het verloop van de post deelnemingen is als volgt:

FINANCIELE VASTE ACTIVA 31-12-2024 31-12-2023
Deelnemingen    
Goois Wonen B.V.    
Beginwaarde per 1 januari 104.823 100.171
- Dividenduitkering -5.000 -2.000
- Resultaat 5.947 6.652
Eindwaarde per 31 december 105.770 104.823
     
Dudok Ontwikkeling B.V.    
Beginwaarde per 1 januari 1.853 1.836
- Dividenduitkering -1.800 -
- Resultaat 14 17
Eindwaarde per 31 december 67 1.853
TOTAAL 105.837 106.676

14.4. Eigen vermogen (M1105)

14.4.1 Herwaarderingsreserve (M11053)

Het verloop van de herwaarderingsreserve is als volgt:

Eigen vermogen 31-12-2024 31-12-2023
Herwaarderingsreserves    
Herwaarderingsreserves per 1 januari 722.391 764.070
     
Mutaties    
- Realisatie verkoop -4.357 -6.082
- Mutatie door herwaardering -5.362 -35.597
Totaal mutaties -9.719 -41.679
     
Herwaarderingsreserves per 31 december 712.672 722.391

14.4.2 Overige reserves (M11053)

Het verloop van de overige reserves is als volgt:

Eigen vermogen 31-12-2024 31-12-2023
Overige reserves    
Overige reserves per 1 januari 470.218 342.088
     
Mutaties    
- Resultaat voorgaand boekjaar -25.256 86.453
- Vorming herwaarderingsreserves 5.362 35.597
- Realisatie uit herwaarderingsreserves 4.357 6.082
Totaal mutaties -15.537 128.132
     
Overige reserves per 31 december 454.681 470.220

14.5. Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

14.5.1 Obligoverplichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw

De woningcorporatie heeft op grond van artikel 10, lid 2 onder c van het Reglement van Deelneming van WSW een obligolening aangetrokken. De lening sluit aan op hetgeen is vereist. Dit betekent dat de hoofdsom overeenkomt met 2,6% van het geborgd schuldrestant ultimo 2024. Op deze lening kan alleen een trekking worden gedaan als WSW daartoe een verzoek heeft gedaan en de woningcorporatie niet binnen 10 werkdagen na dit verzoek kan storten. Een dergelijk verzoek van WSW is pas aan de orde als het jaarlijks obligo niet toereikend is. Op basis van de prognoses van WSW is dit op basis van de huidige verplichtingen niet aan de orde. In het geval van een eventuele storting, zal deze rechtstreeks ten gunste van WSW worden uitbetaald en nadien moeten worden afgelost door de woningcorporatie.

14.5.2 Afgeleide financiële instrumenten

Voor toelichting wordt verwezen naar paragraaf 9.11.4 Afgeleide financiële instrumenten.

14.6. Enkelvoudige balans DAEB/niet-DAEB gescheiden per 31 december 2024

(Bedragen x € 1.000, voor resultaatbestemming)

  ACTIVA DAEB Niet-DAEB Elimi- Totaal DAEB Niet-DAEB Elimi- Totaal
naties naties
    2024 2024 2024 2024  2023  2023  2023  2023
Ref. VASTE ACTIVA                
M1102 Vastgoedbeleggingen                
M11028 DAEB vastgoed in exploitatie 903.877 - - 903.877 875.961 - - 875.961
M11020 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie - 325.933 - 325.933 - 338.465 - 338.465
M11024 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 36.301 24.536 - 60.837 36.772 25.274 - 62.047
M11021 Vastgoed in ontwikkeling bestemd 6.028 4.303 - 10.331 13.824 2.211 - 16.035
voor eigen exploitatie
    946.206 354.772 - 1.300.978 926.557 365.950 - 1.292.508
M1102 Materiële vaste activa                
M11022 Onroerende en roerende zaken 8.983 - - 8.983 8.986 - - 8.986
ten dienste van de exploitatie
    8.983 - - 8.983 8.986 - - 8.986
M1103 Financiële vaste activa                
M11031 Aandelen, certificaten van aandelen en andere vormen van deelnemingen in groepsmaatschappijen 427.679 105.837 -427.679 105.837 430.717 106.676 -430.717 106.676
M11033 Andere deelnemingen - 2 - 2 - 2 - 2
M11036 Vordering op groepsmaatschappen 45.599 - -45.599 - 49.012 - -49.012 -
M11039 Overige vorderingen 23.947 3.282 - 27.229 23.908 3.311 - 27.219
    497.225 109.121 -473.278 133.068 503.637 109.989 -479.729 133.897
                   
    1.452.414 463.893 -473.278 1.443.029 1.439.180 475.939 -479.729 1.435.391
                   
  VLOTTENDE ACTIVA                
M1112 Vorderingen                
M11120 Huurdebiteuren 153 85 - 238 393 77 - 470
M11164 Belastingen en premies - 1.906 - 1.906 -886 2.522 - 1.636
van sociale verzekeringen
M11126 Overige vorderingen 517 847 - 1.364 715 508 - 1.222
M11127 Overlopende activa 2 - - 2 34 - - 34
    672 2.839 - 3.511 256 3.107 - 3.362
                   
M1114 Liquide middelen -8.624 23.152 - 14.528 -13.226 17.445 - 4.219
                   
    -7.952 25.991 - 18.039 -12.970 20.552 - 7.581
                   
  TOTAAL 1.444.462 489.884 -473.278 1.461.068 1.426.210 496.491 -479.729 1.442.972

(Bedragen x € 1.000 voor resultaatbestemming)

  PASSIVA DAEB Niet-DAEB Elimi- Totaal DAEB Niet-DAEB Elimi- Totaal
naties naties
    2024 2024 2024 2024  2023  2023  2023  2023
Ref. VERMOGEN LANG                
M1105 Eigen vermogen                
M11053 Herwaarderingsreserves 712.672 176.132 -176.132 712.672 722.391 188.924 -188.924 722.391
M11053 Overige reserves 454.681 254.585 -254.585 454.681 470.220 235.949 -235.949 470.220
M11054 Resultaat na belastingen van het boekjaar 2.722 -3.038 3.038 2.722 -25.256 5.844 -5.844 -25.256
    1.170.075 427.679 -427.679 1.170.075 1.167.355 430.717 -430.717 1.167.355
                   
M1107 Voorzieningen                
M11072 Latente belastingverplichting 1.472 511   1.983 2.540 164 - 2.704
-
M11073 Voorziening voor onrendabele 159     159 3.473 - - 3.473
investeringen en - -
herstructureringen    
M11074 Overige voorzieningen 172 - - 172 181 14 - 195
    1.803 511 - 2.314 6.194 178 - 6.372
                   
M1108 Langlopende schulden                
M11081 Schulden aan banken 233.586 - - 233.586 220.997 - - 220.997
M11082 Schulden aan groepsmaatschappijen - 45.599 -45.599 - - 49.012 -49.012 -
M11084 Verplichtingen uit hoofde 20.661 15.333 - 35.994 20.494 15.614 - 36.108
van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
M11083 Overige schulden 10 400 - 410 10 409 - 419
    254.257 61.332 -45.599 269.990 241.501 65.035 -49.012 257.524
                   
    1.426.135 489.522 -473.278 1.442.379 1.415.050 495.930 -479.729 1.431.251
                   
  VERMOGEN KORT                
M1116 Kortlopende schulden                
M11160 Schulden aan banken 7.411 - - 7.411 2.970 - - 2.970
M11162 Schulden aan leveranciers en handelskredieten 1.135 - - 1.135 1.733 - - 1.733
M11164 en M11165 Schulden ter zake van belastingen, premies van 5.242 22 - 5.264 2.104 281 - 2.385
sociale verzekeringen en pensioenen
M11167 Overige schulden 509 4 - 513 312 -58 - 254
M11168 Overlopende passiva 4.030 335 - 4.365 4.041 338 - 4.379
    18.327 361 - 18.689 11.160 561 - 11.721
                   
  TOTAAL 1.444.462 489.884 -473.278 1.461.068 1.426.210 496.491 -479.729 1.442.972

15. Toelichting op de enkelvoudige winst- en verliesrekening

15.1. Resultaat deelnemingen (M1195)

RESULTAAT UIT DEELNEMINGEN 2024 2023
Resultaat uit deelnemingen    
Goois Wonen B.V. 5.947 6.652
Dudok Ontwikkeling B.V. 14 17
  5.961 6.669

Voor nadere toelichting van de deelnemingen in groepsmaatschappijen wordt verwezen naar paragraaf 14.3.1. 

15.2. Enkelvoudige winst- en verliesrekening DAEB / niet-DAEB gescheiden 2024

(Bedragen x € 1.000)

    DAEB Niet-DAEB Elimi- Totaal DAEB Niet-DAEB Elimi- Totaal
naties naties
    2024 2024 2024 2024  2023  2023  2023  2023
  EXPLOITATIE VASTGOEDPORTEFEUILLE                
  Huuropbrengsten 35.254 14.026 - 49.280 34.163 13.876 - 48.039
  Opbrengsten servicecontracten 1.698 649 - 2.347 1.985 880 - 2.865
  Lasten servicecontracten -1.698 -649 - -2.347 -1.985 -880 - -2.865
  Lasten verhuur en beheeractiviteiten -5.519 -1.731 - -7.250 -4.322 -1.267 - -5.591
  Lasten onderhoudsactiviteiten -11.778 -3.594 - -15.372 -13.467 -4.625 - -18.090
  Overige directe operationele lasten exploitatie bezit -2.243 -420 - -2.663 -2.028 -415 - -2.443
  Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 15.714 8.281 - 23.995 14.346 7.569 - 21.915
                   
  VERKOOP VASTGOEDPORTEFEUILLE                
  Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille 7.805 597 - 8.402 10.558 1.644 -1.297 10.905
  Toegerekende organisatiekosten -1.000 -334 - -1.334 -843 -247 - -1.091
  Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille -5.449 -256 - -5.705 -7.537 -1.184 1.145 -7.576
  Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 1.356 7 - 1.363 2.178 213 -151 2.238
                   
  NIET-GEREALISEERDE WAARDE-VERANDERINGEN VASTGOEDPORTEFEUILLE                
  Overige waardeveranderingen van vastgoedportefeuille -1.432 -744 - -2.176 -3.750 -60 - -3.810
  Niet-gerealiseerde waardeveranderingen -2.696 -12.576 - -15.272 -28.664 -6.629 151 -35.142
vastgoedportefeuille
  Niet-gerealiseerde waardeveranderingen 1.551 572 - 2.123 -2.860 -215 - -3.075
vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarde
  Waardeveranderingen vastgoedportefeuille -2.577 -12.748 - -15.325 -35.274 -6.904 151 -42.027
                   
  OVERIGE ACTIVITEITEN                
  Opbrengsten overige activiteiten 155 24 - 179 107 32 - 139
  Kosten overige activiteiten -147 -23 - -170 -102 -30 - -132
  Netto resultaat overige activiteiten 8 1 - 9 5 2 - 7
                   
  Overige organisatiekosten -1.679 -501 - -2.180 -1.602 -476 - -2.078
  Leefbaarheid -413 -119 - -532 -447 -128 - -575
  FINANCIELE BATEN EN LASTEN                
  Waardeveranderingen financiële vaste activa en effecten - - - - - - - -
  Overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten 3.217 782 -2.776 1.223 3.092 398 -2.544 946
  Rentelasten en soortgelijke kosten -7.455 -2.187 2.776 -6.866 -6.854 -2.283 2.544 -6.593
  Saldo financiële baten en lasten -4.238 -1.405 - -5.643 -3.762 -1.885 - -5.647
                   
  RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING VOOR BELASTINGEN 8.171 -6.484 - 1.687 -24.556 -1.609 - -26.167
  Belastingen -2.411 -2.515 0 -4.926 -6.545 787 0 -5.758
  Resultaat uit deelnemingen -3.038 5.961 3.038 5.961 5.845 6.669 -5.845 6.669
  RESULTAAT NA BELASTINGEN 2.722 -3.038 3.038 2.722 -25.256 5.847 -5.847 -25.256

15.3. Enkelvoudige kasstroomoverzicht DAEB / niet-DAEB gescheiden 2024

Volgens de directe methode

(Bedragen x € 1.000)

    DAEB Niet-DAEB Elimi- Totaal DAEB Niet-DAEB Elimi- Totaal
naties naties
    2024 2024 2024 2024  2023  2023  2023  2023
  KASTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN                
  Ontvangsten                
  Huurontvangsten 35.353 14.066 - 49.419 34.186 13.910 - 48.096
  Vergoedingen 1.495 446 - 1.941 1.457 572 - 2.029
  Overige bedrijfsontvangsten 58 304 - 362 4 555 - 559
  Ontvangen interest 2.278 677 -2.776 179 2.582 361 -2.545 398
    39.184 15.493 -2.776 51.901 38.229 15.398 -2.545 51.082
  Uitgaven                
  Erfpacht -2 - - -2 -4 - - -4
  Betalingen aan werknemers -5.229 -1.444 - -6.673 -5.151 -1.539 - -6.690
  Onderhoudsuitgaven -10.510 -3.203 - -13.713 -10.607 -3.886 - -14.493
  Overige bedrijfsuitgaven -8.268 -3.040 - -11.308 -8.660 -2.905 - -11.565
  Betaalde interest -7.300 -2.146 2.776 -6.670 -6.895 -2.289 2.545 -6.639
  Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat -100 -30 - -130 -286 -85 - -371
  Leefbaarheid (externe uitgaven niet -148 -31 - -179 -135 -37 - -172
investering gebonden)
  Vennootschapsbelasting -1.169 -1.553 - -2.722 -3.202 833 - -2.369
    -32.725 -11.447 2.776 -41.397 -34.940 -9.908 2.545 -42.303
  KASSTROOM UIT OPERATIONELE ACTIVITEITEN 6.459 4.046 - 10.504 3.289 5.490 - 8.779
                   
  KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN                
  Materiële vaste activa - ingaande kasstroom                
  Verkoopontvangsten bestaande huur 10.078 2.283 -829 11.532 9.708 2.588 -1.145 11.151
    10.078 2.283 -829 11.532 9.708 2.588 -1.145 11.151
  Materiële vaste activa - uitgaande kasstroom                
  Nieuwbouw huur -19.462 -2.701 - -22.163 -17.382 -1.187 - -18.569
  Nieuwbouw koop -11.776 -748 - -12.524 -9.005 -1.322 - -10.327
  Aankoop -1.462 -273 777 -958 -532 -645 1.145 -32
  Investeringen overig -366 - 52 -314 -610 - - -610
    -33.066 -3.722 829 -35.959 -27.529 -3.154 1.145 -29.538
    DAEB Niet-DAEB Elimi- Totaal DAEB Niet-DAEB Elimi- Totaal
naties naties
    2024 2024 2024 2024  2023  2023  2023  2023
  Financiële vaste activa - in en -uitgaande kasstroom                
  - Ontvangsten verbindingen 3.693 6.520 -3.413 6.800 3.052 2.000 -3.052 2.000
  - Uitgaven overig -8 -6 - -14 - -47 - -47
    3.685 6.514 -3.413 6.786 - 1.953 - 1.953
                   
  KASSTROOM UIT INVESTERINGSACTIVITEITEN -19.303 5.075 3.413 -17.641 -14.769 1.387 -3.052 -16.434
                   
  FINANCIERINGSACTIVITEITEN                
  Nieuwe te borgen leningen 25.000 - - 25.000 12.500 - - 12.500
  Aflossing geborgde leningen -7.554 - - -7.554 -25.546 - - -25.546
  Aflossing ongeborgde leningen - -3.413 3.413 - - -3.052 3.052 -
                   
  KASSTROOM UIT FINANCIERINGSACTIVITEITEN 20.859 -3.413 - 17.446 -13.046 -3.052 3.052 -13.046
                   
  MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN 4.602 5.707 - -10.309 -24.526 3.825 - -20.701
  WIJZIGING KORTGELDMUTATIES                
(Collateral (margin call verplichting))
                   
  Geldmiddelen aan het begin van de periode -13.226 17.445 - 4.219 11.300 13.620 - 24.920
  Geldmiddelen aan het einde van de periode -8.624 23.152 - 14.528 -13.226 17.445 - 4.219
  MUTATIE LIQUIDE MIDDELEN 4.602 5.707 - 10.309 -24.526 3.825 - -20.701

16. Ondertekening

Hilversum, 23 juni 2025
Stichting Dudok Wonen

Naam:
J.J.A.M. van Ham
Functie:
Directeur-bestuurder

Raad van commissarissen

Naam:
W.D. van Leeuwen
Functie:
Voorzitter
Naam:
B.G.M. Moesbergen
Naam:
E.L. Özyenici
Naam:
D.J. Sloots (aangetreden per 1-2-2025)
Naam:
M.D. Smit (aangetreden per 1-6-2025)

Dudok Wonen
Larenseweg 32
Hilversum

17. Overige gegevens

17.1. Voorstel resultaatbestemming

Voorstel resultaatbestemming is om het resultaat ter grootte van positief € 2.722 miljoen in 2024 ten gunste van de overige reserves van Dudok Wonen te brengen.

17.2. Controleverklaring van de onafhankelijke accountant