Spring naar inhoud

Bedrijfsmodel, financiële resultaten en financiële continuïteit

6.1 Bedrijfsmodel

Woningcorporaties werken met een bedrijfsmodel dat gericht is op het beschikbaar en betaalbaar houden van sociale huurwoningen. Dit bedrijfsmodel is in belangrijke mate afhankelijk van stabiele huurinkomsten, externe financiering tegen gunstige voorwaarden en een efficiënte exploitatie van het woningbezit.

Duurzaam bedrijfsmodel onder druk

Maatschappij en politiek willen dat wij ons maximaal inspannen om te voldoen aan wensen en verplichtingen over nieuwbouw, verduurzaming, de kwaliteit van huurwoningen, betaalbaarheid en leefbaarheid. We kunnen alleen aan deze wensen en verplichtingen voldoen als we hiervoor genoeg geld beschikbaar hebben. Nu en in de toekomst. Onze huurinkomsten stijgen minder snel dan de inflatie. En de belastingdruk is toegenomen, ondanks de afschaffing van de verhuurderheffing.

Financiële continuïteit voorop

Onze doelgroepen willen we zo goed mogelijk van dienst zijn. Dit vraagt om een juiste samenstelling van producten en diensten. En om een duurzaam en gezond bedrijfsmodel. We zetten het vermogen van de stichting in als een revolverend fonds, waarmee het principe van de financiële continuïteit voorop staat. Het geld dat wij investeren, komt uiteindelijk via exploitatie en desinvestering weer beschikbaar voor onze missie.   

In ons Financieel Management Beleid hebben we de koppeling beschreven tussen de strategische doelstellingen en de inzet van financiële middelen. Deze uitgangspunten zijn gebruikt voor de uitwerking van ons portefeuilleplan.

Ons vermogen

Vanuit onze volkshuisvestelijke taken kijken we naar het bedrijfsmodel van een vastgoedbelegger. Dit bestaat uit de basiscomponenten investeren, exploiteren, desinvesteren en het werkzame vermogen. Het werkzame vermogen bestaat uit het eigen vermogen en vreemd vermogen (geleend geld). Het grootste deel van ons vermogen is geïnvesteerd in onze vastgoedportefeuille. Een kleiner deel is geïnvesteerd in sociale koopproducten. De investering hierin neemt de komende jaren af: de investering in nieuwe sociale koopproducten stopt per 1 januari 2025. Hierdoor kunnen we meer nieuwe woningen bouwen en bestaande woningen verduurzamen en verbeteren. Het model geven we conceptueel weer in figuur 6.1.

Figuur 6.1: bedrijfsmodel Dudok Wonen

De investeringsuitgaven betalen we uit het exploitatieresultaat, de verkoopopbrengsten en leningen. Het vermogensbeheer moet voldoende robuust zijn om de risico’s op te kunnen vangen. Onze risicobereidheid is hierbij gematigd. Goed vastgoed- en portefeuillebeheer is belangrijk voor het behalen van voldoende rendement. Alleen zo kunnen we investeringsuitgaven blijven doen. Dit uit zich in stabiele en gezonde kasstromen.

Investeringscategorieën en inkomstenbronnen

Om stabiele en gezonde kasstromen te kunnen bereiken, kijken we naar verschillende investeringscategorieën en de inkomstenbronnen. In ons financiële beleid bepalen we welke middelen we inzetten voor welke investeringscategorieën. In figuur 6.2 is deze samenhang weergegeven.

Figuur 6.2: bedrijfsmodel Dudok Wonen op basis van kasstromen

De mutatie vreemd vermogen is het bedrag dat het bedrijfsmodel tekortkomt of overhoudt in een jaar. De mutatie van het vreemde vermogen (leningen) mag niet groter zijn dan het bedrag dat wordt geïnvesteerd in nieuwbouw. Hieronder wordt de samenhang verder verduidelijkt.

  • Het bedrijfsmodel liet in 2024 zien dat een bedrag van € 36 miljoen gebruikt werd voor investeringsuitgaven: € 23,1 miljoen aan nieuwbouw en aankoop, € 12,6 miljoen aan investeringen in bestaand bezit en € 0,3 miljoen aan onze eigen huisvesting en ICT (ten dienste van onze eigen organisatie).
  • De middelen voor deze investeringen kwamen uit de inkomsten uit de exploitatie van € 10,5 miljoen en verkoop van € 11,5 miljoen. Het saldo van de inkomsten en uitgaven uit het bedrijfsmodel bedroeg € 14 miljoen negatief.
  • De financiële activiteiten toonden € 7,5 miljoen aan aflossingen op leningen en € 25 miljoen aan nieuwe leningen. Hierdoor is de schuld nominaal met € 17,5 miljoen gestegen. Daarnaast is van Goois Wonen B.V. en Dudok Ontwikkeling B.V. in 2024 een dividenduitkering ontvangen van € 6,8 miljoen. Per saldo genereerden de financiele activiteiten € 24,3 miljoen.
  • Het negatieve saldo van het bedrijfsmodel en het positieve saldo van de financiële activiteiten leidde ertoe dat de liquide middelen in de toegelaten instelling in 2024 met € 10,3 miljoen zijn toegenomen. Op geconsolideerde basis namen de liquide middelen met € 6 miljoen toe.

6.2 Vermogensbeheer

De waarde van ons vastgoed is in 2024 beperkt toegenomen. We kijken hierbij naar de marktwaarde in verhuurde staat als waarderingsgrondslag.
De omvang van onze leningenportefeuille is in 2024 gestegen. De verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen blijft gunstig en steeg van 23% in 2023 naar 24% in 2024. 

Beleidswaarde

We kijken niet alleen naar de marktwaarde in verhuurde staat, maar ook naar de beleidswaarde. Een deel van de marktwaarde wordt door corporaties namelijk niet gerealiseerd vanwege maatschappelijke doelstellingen, zoals lagere huren. De beleidswaarde houdt hier rekening mee. Zie ook paragraaf 6.6. De beleidswaarde geldt alleen voor zelfstandige woongelegenheden en onzelfstandige woongelegenheden. Voor ander vastgoed is de beleidswaarde gelijk aan de marktwaarde.

De Autoriteit woningcorporaties (Aw) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) gebruiken voor hun gezamenlijk toezicht de beleidswaarde in de financiële kengetallen LTV (Loan to Value, de verhouding tussen de hoogte van de leningen en de waarde van het bezit) en Solvabiliteit (Waarde van het bezit in relatie tot het balanstotaal). Deze kengetallen zijn van belang voor de beoordeling van onze financiële continuïteit.

we stellen onze financiële continuïteit
en financierbaarheid zeker

Financieel beleid en beheer

Met ons financiële beleid stellen we onze financiële continuïteit en financierbaarheid zeker.

Dit doen we doordat:

  • we de kasstromen bewaken. We zorgen voor een gezonde exploitatiekasstroom. Daarnaast houden we de ingaande en uitgaande kasstromen in hun onderlinge verhouding in evenwicht: investeren, exploiteren en desinvesteren.
  • we de gewenste ontwikkeling van het werkzame vermogen en de verhouding tussen vreemd vermogen (= geleend geld) en eigen vermogen bewaken. Deze verhouding moet zo zijn, dat we financiële risico’s kunnen opvangen. Op de korte termijn zorgen we voor voldoende liquiditeit en sturen we op kasstromen.

De Financieringsstrategie is de uitwerking van het Financieel Management Beleid. Op basis van dit document bepalen we de invulling van de externe financieringsbehoefte. Het document zorgt ervoor dat een financieringspositie en -structuur wordt bereikt die aansluit bij onze lange-termijndoelstellingen.

Realisatie vermogensontwikkeling 2024

De winst-en-verliesrekening laat het jaarresultaat zien. Dit resultaat is per definitie gelijk aan de verandering van het eigen vermogen. Het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen is € 2,7 miljoen. In 2023 was dit € - 25,3 miljoen. Als gevolg van dit resultaat is het eigen vermogen gestegen van € 1.167,4 miljoen in 2023 naar € 1.170,1 miljoen in 2024. De niet-gerealiseerde waardeveranderingen drukten met  € - 10,4 miljoen het meest op het resultaat. In 2023 waren de niet-gerealiseerde waardeveranderingen  € - 39,8 miljoen.

6.3 Financiële continuïteit

Onze financiële continuïteit op korte en middellange termijn bewaken we door:

  • voldoende liquiditeit passend bij ons bedrijfsmodel. Zo kunnen we voldoen aan de verplichtingen op de korte termijn.
  • adequate solvabiliteit: vermogensstructuur passend bij het risicoprofiel van onze activiteiten voor de (middel)lange termijn. Daarbij lenen we minder dan maximaal mogelijk is en kijken we goed naar de verdiencapaciteit van het vastgoed.
  • blijvend te voldoen aan de financiële normen van de Autoriteit woningcorporaties (Aw) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW).

Autoriteit Woningcorporaties

De Aw beoordeelt ons functioneren. Dit doet zij op basis van de jaarrekening en het jaarverslag, de verantwoordingsinformatie (dVi) en de prognosegegevens (dPi). Het integrale toezicht is gericht op governance, integriteit, rechtmatigheid en de bescherming van het maatschappelijk vermogen. De beoordeling rechtmatigheid over verslagjaar 2024 heeft niet geleid tot opmerkingen of aanwijzingen. 

Waarborgfonds Sociale Woningbouw

De jaarlijkse beoordeling door het WSW leidde in 2024 tot de gewenste borgbaarheidsverklaring voor de jaren 2024–2026. Dat betekent dat we voldoen aan de eisen die het WSW stelt. Met deze borgbaarheidsverklaring kunnen we gebruikmaken van de faciliteiten van het WSW. Ook zijn we in staat om in de verwachte financieringsbehoefte voor 2025 en 2026 te voorzien.

Kengetallen voor beoordeling financiële continuïteit

Aw en WSW gebruiken financiële kengetallen voor de beoordeling van de financiële continuïteit en kengetallen voor de beoordeling financiële discontinuïteit. De laatste ratio’s zijn voor Aw en WSW van belang als een toegelaten instelling in financiële stress raakt of dreigt te raken.

Interest Coverage Ratio (ICR)

Dit kengetal geeft weer hoeveel keer de rentelast kan worden betaald uit de operationele kasstroom vóór rente. Dit noemen we de rentedekkingsgraad. Als het kengetal lager is dan 1, dan is de netto operationele kasstroom te laag om de rente te kunnen betalen. De normen die Aw en WSW gebruiken, zijn een bovengrens (maximum) of ondergrens (minimum). De kolom ‘2024’ bevat de realisatie over dat jaar. In de kolommen vanaf 2025 zijn de begrotingscijfers te zien. In de meerjarenbegroting 2025–2029 voldoen ook de prognosejaren aan de WSW-normen, zoals blijkt uit figuur 6.3.

ICR norm 2024 2025 2026 2027 2028 2029 voldaan
Daeb 1,4 2,5 2,0 1,7 1,8 2,3 2,6 ja
niet-Daeb 1,8 2,7 2,6 3,1 3,7 4,5 3,7 ja
niet-Daeb verbindingen 1,8 100 100 100 100 100 100 ja
enkelvoudig 1,4 2,6 2,2 2,0 2,1 2,7 2,8 ja
geconsolideerd 1,4 2,7 2,3 2,2 2,3 3,0 3,0 ja

Bij het opstellen van de begroting gebruiken wij signaalwaardes voor de ICR DAEB en niet-DAEB. Deze zijn hoger dan de norm, namelijk 1,7 voor DAEB en 2,1 voor niet-DAEB. Dit doen wij om onverwachte tegenvallers ten opzichte van de begroting te kunnen opvangen. Wij verwachten in de komende jaren een blijvende druk op de ICR DAEB als gevolg van huur- en fiscale maatregelen van de overheid.

Loan to Value (LTV)

De LTV geeft de verhouding aan tussen de nominale schuld en de beleidswaarde. In de verbindingen is geen externe schuld. De norm is de bovengrens. De waardes moeten dus onder de norm blijven. Hier voldoen we aan.

LTV norm 2024 2025 2026 2027 2028 2029 voldaan
Daeb 70% 37% 41% 41% 39% 40% 42% ja
niet-Daeb 70% 19% 17% 14% 14% 13% 13% ja
niet-Daeb verbindingen 70% 0% 0% 0% 0% 0% 0% ja
enkelvoudig 70% 31% 34% 33% 31% 32% 33% ja
geconsolideerd 70% 28% 30% 30% 28% 29% 30% ja

Solvabiliteit

De solvabiliteit meet de verhouding tussen eigen vermogen en de totale balanswaarde op basis van beleidswaarde. De norm is de ondergrens. De waardes moeten dus boven de norm blijven. Hier voldoen we aan.

Solvabiliteit norm 2024 2025 2026 2027 2028 2029 voldaan
Daeb 30% 71% 69% 69% 71% 69% 69% ja
niet-Daeb 30% 83% 86% 88% 89% 88% 89% ja
niet-Daeb verbindingen 30% 96% 99% 99% 99% 99% 99% ja
enkelvoudig 30% 69% 67% 68% 69% 68% 68% ja
geconsolideerd 30% 76% 67% 68% 69% 68% 68% ja

Dekkingsratio

De dekkingsratio meet de verhouding tussen de marktwaarde van de schuld en de marktwaarde in verhuurde staat. De marktwaarde van de leningen mag niet hoger zijn dan 70% van de marktwaarde in verhuurde staat voor DAEB en niet-DAEB. Deze ratio noemen we een discontinuïteitsratio. Zo’n ratio is belangrijk als een toegelaten instelling in financiële stress dreigt te raken of raakt.

Dekkingsratio marktwaarde norm 2024 2025 2026 2027 2028 2029 voldaan
Dekkingsratio Daeb 70% 24% 23% 24% 22% 23% 24% ja
Dekkingsratio niet-Daeb 70% 14% 11% 9% 9% 9% 8% ja

DAEB en niet-DAEB: het verschil

Woningcorporaties voeren diensten uit van algemeen economisch belang: afgekort DAEB. Ze bouwen, verhuren en beheren vooral sociale huurwoningen aan mensen met een laag inkomen.
Daarnaast heeft Dudok Wonen ook niet-DAEB-activiteiten: bouwen, verhuren en beheren van huurwoningen in de vrije sector en bedrijfsvastgoed. In de Woningwet staat, dat woningcorporaties hun DAEB-activiteiten moeten scheiden van niet-DAEB-activiteiten.

Onderpandratio

De onderpandratio is de verhouding tussen de marktwaarde van het bezit dat door de toegelaten instelling in onderpand is gegeven bij het WSW en de marktwaarde van de leningenportefeuille. Deze ratio noemen we een discontinuïteitsratio. Zo’n ratio is belangrijk als een toegelaten instelling in financiële stress dreigt te raken of raakt. De marktwaarde van de schuld mag niet hoger zijn dan 70% van de marktwaarde van het bezit dat in onderpand is gegeven aan het WSW.

Onderpandsratio norm 2024 2025 2026 2027 2028 2029 voldaan
enkelvoudig 70% 21% 20% 21% 19% 20% 21% ja

Streefwaarde gemiddeld leenbedrag

Voor aanvullende sturing op onze vermogensverhouding gebruiken we een streefwaarde voor het gemiddelde leenbedrag per huurwoning. Dit heet het ‘average loan amount’. Hiermee wordt het aantal verhuureenheden (eenheden die kasstroom genereren) gekoppeld aan de omvang van de leningenportefeuille. In 2024 was de gemiddelde lening per gewogen verhuureenheid afgerond € 34.000. Voor 2025–2029 is de streefwaarde gesteld op € 66.500. De hoogte van de streefwaarde wordt mede bepaald door de verwachte renteontwikkeling op de kapitaalmarkt. 

Financiering

Het schuldrestant van de leningenportefeuille steeg in 2024 met € 17,5 miljoen. Het totaal aan aflossingen van de stichting was € 7,6 miljoen in 2023. Hiervan betrof € 5 miljoen het oversluiten van een lopende lening naar een andere bank met een gunstigere rente. Er werden 2 nieuwe leningen afgesloten van elk € 10 miljoen.   

Onze leningenportefeuille bestaat helemaal uit DAEB-financiering en is volledig door het WSW geborgd. Dit is het verloop in 2024 van de nominale leningenportefeuille:

Stichting Dudok Wonen Totaal 2024
Schuldrestant 1 januari 208.342
Aflossing -7.554
Opname 25.000
Schuldrestant 31 december 225.788

Goois Wonen B.V. had geen externe financiering in 2024. 

Liquiditeit

De kaspositie van Dudok Wonen en Goois Wonen B.V. is voldoende om de verplichtingen op de korte termijn op te vangen. De kaspositie van de stichting kwam uit op een positief saldo van € 14,5 miljoen op 31 december 2024. De kaspositie van de verbindingen Goois Wonen B.V. en Dudok Ontwikkeling B.V. kwam uit op een positief saldo van € 4 miljoen op 31 december 2024.

Sinds 2017 geldt een administratieve scheiding tussen de DAEB-tak en niet-DAEB-tak in de toegelaten instelling. Ook de kasstromen zijn gescheiden. Het liquiditeitssaldo van de DAEB-tak was eind 2023 € -8,3 miljoen (negatief) en van de niet-DAEB-tak € 22,8 miljoen (positief). Omdat niet-DAEB door middel van een rekeningcourantfaciliteit geld uitleent aan DAEB, komt de DAEB-tak uit op een liquide positie van € 1,7 miljoen (positief) en de niet-DAEB-tak op 12,8 miljoen (positief). 

Interne financiering

Vanwege de scheiding DAEB en niet-DAEB verstrekte de DAEB-tak op 1 januari 2017 aan de niet-DAEB-tak een interne lening van € 101,5 miljoen. De niet-DAEB tak lost deze interne lening volledig af aan de DAEB-tak volgens een intern schema. In 2024 is € 3,4 miljoen afgelost op de interne lening. Het saldo van de interne lening is € 45,6 miljoen op 31 december 2024.

Vooruitblik

Wat is de financieringsbehoefte van Stichting Dudok Wonen voor de komende jaren? Dat geven we gescheiden weer voor het DAEB-deel en het niet-DAEB-deel. Vervolgens geven we de financieringsbehoefte weer van Goois Wonen B.V.

(bedragen x € 1 miljoen)

Stichting Dudok Wonen Daeb 2025 2026 2027 2028 2029 2025-2029
Liquide middelen Daeb per 1-1  1,7   5,1   5,2   5,1   5,0   1,7 
Exploitatie  5,9   5,0   5,9   9,2   11,8   37,8 
Desinvesteringen  19,9   19,5   30,8   4,1   16,2   90,5 
Inkomsten  25,8   24,5   36,7   13,3   28,0   128,3 
Investeringen nieuwbouw  -38,1   -26,7   -11,7   -7,6   -33,5   -117,6 
Investeringen bestaand bezit  -21,1   -17,4   -13,7   -25,0   -20,1   -97,3 
Aankoop en FVA  -1,2   -1,2   -0,5   5,1   0,9   3,1 
Overige  -0,7   -0,7   -0,8   -0,8   -0,8   -3,8 
Uitgaven  -61,1   -46,0   -26,7   -28,3   -53,5   -215,6 
Saldo inkomsten en uitgaven  -35,3   -21,5   10,0   -15,0   -25,5   -87,3 
Aflossingsverplichtingen Daeb financiering  -7,0   -2,4   -29,6   -12,2   -11,2   -62,4 
Ontvangsten aflossingen interne lening  4,0   5,7   -   -   -   9,7 
Daeb financiering o/g  51,7   17,8   14,4   26,6   36,6   147,1 
Saldo financieringskasstromen  48,7   21,1   -15,2   14,4   25,4   94,4 
Saldo kasstromen totaal  13,4   -0,4   -5,2   -0,6   -0,1   7,1 
Kortgeldmutaties  -10,0   0,5   5,1   0,5     -3,9 
Liquide middelen Daeb per 31-12 5,1 5,2 5,1 5,0 4,9 4,9

Financieringsbehoefte

De tabel laat zien dat het saldo aan inkomsten en uitgaven in de DAEB € 87,3 miljoen negatief is in de periode 2025–2029. De financieringsbehoefte is € 147,1 miljoen. Dit is inclusief de herfinanciering van de aflossingsverplichtingen en ontvangsten op de aflossing van de interne lening van per saldo € 9,7 miljoen. Deze financieringsbehoefte wordt ingevuld door nieuw aan te trekken DAEB-financiering die is geborgd door WSW.

DAEB heeft een rekeningcourant bij niet-DAEB. De liquide middelen die niet-DAEB voor korte tijd over heeft, worden aan DAEB uitgeleend. In de kortgeldmutaties is het verloop hiervan te zien. Op 31 december 2024 was de vordering in rekeningcourant van niet-DAEB op DAEB € 10 miljoen. Het verwachte verloop van de rekeningcourant is te zien in de kortgeldmutaties.

Leningenportefeuille

De leningenportefeuille stijgt met € 84,7 miljoen. Aan nieuwe financiering wordt € 147,1 miljoen aangetrokken, terwijl we € 52,4 miljoen op bestaande leningen aflossen. Deze stijging van de leningenportefeuille noemen we uitbreidingsfinanciering. Uitbreidingsfinanciering wordt alleen aangetrokken bij nieuwbouw of aankoop. Een gedeelte van de investeringen nieuwbouw is nog niet in uitvoering. Daardoor kunnen we nog bijsturen in onze investeringsuitgaven.

(bedragen x € 1 miljoen)

Stichting Dudok Wonen niet-Daeb 2025 2026 2027 2028 2029 2025-2029
Liquide middelen niet-Daeb per 1-1  12,8   13,0   10,1   9,6   9,6   12,8 
Exploitatie  3,3   4,0   4,5   5,7   4,5   22,0 
Desinvesteringen  3,0   2,8   3,3   2,1   1,4   12,6 
Inkomsten  6,3   6,8   7,8   7,8   5,9   47,4 
Investeringen nieuwbouw  -12,6   -3,8   -2,6   -0,9   -3,7   -23,6 
Investeringen bestaand bezit  -2,0   -1,7   -1,4   -2,0   -1,7   -8,8 
Nieuwbouw koop en FVA  -   -   -0,8   -6,4   -2,3   -9,5 
Overige  -   -   -   -   -   -41,9 
Uitgaven  -14,6   -5,5   -4,8   -9,3   -7,7   -41,9 
Saldo inkomsten en uitgaven  -8,3   1,3   3,1   -1,5   -1,8   5,5 
Aflossingsverplichtingen niet-Daeb financiering  -   -   -   -   -   - 
Aflossingen interne lening  -4,0   -5,7   -   -     -9,7 
niet-Daeb financiering o/g  -   -   -   -   -   - 
Ontvangsten uit verbindingen  2,5   2,0   1,5   2,0   1,8   9,8 
Saldo financieringskasstromen  -1,5   -3,7   1,5   2,0   1,8   0,1 
Saldo kasstromen totaal  -9,8   -2,4   4,6   0,5   -   -7,1 
Kortgeldmutaties  10,0   -0,5   -5,1   -0,5   -   3,9 
Liquide middelen niet-Daeb per 31-12  13,0   10,1   9,6   9,6   9,6   9,6 

Uit figuur 6.10 blijkt dat het saldo aan inkomsten en uitgaven in niet-DAEB € 5,5 miljoen positief is in de periode 2025–2029. In ontvangsten uit verbindingen is in totaal € 9,8 miljoen aan voorgenomen dividendontvangsten uit verbindingen opgenomen. De financiering in de niet-DAEB bestaat uit de interne lening die door DAEB is verstrekt. Hierop wordt in totaal € 9,7 miljoen afgelost. Niet-DAEB heeft een positieve invloed op de financiële positie en de kengetallen van Stichting Dudok Wonen als geheel.

(bedragen x € 1 miljoen)

Goois Wonen B.V. 2025 2026 2027 2028 2029 2025-2029
Liquide middelen verbindingen per 1-1  4,0   2,8   2,3   2,3   2,3   7,4 
Exploitatie  1,3   2,1   2,1   2,6   2,4   10,5 
Desinvesteringen  -   -   -   -   -   - 
Inkomsten  1,3   2,1   2,1   2,6   2,4   10,5 
Investeringen nieuwbouw  -   -   -   -   -   - 
Investeringen bestaand bezit    -0,6   -0,6   -0,6   -0,6   -2,4 
Aankoop en FVA            - 
Overige  -   -   -   -   -   - 
Uitgaven  -   -0,6   -0,6   -0,6   -0,6   -2,4 
Saldo inkomsten en uitgaven  1,3   1,5   1,5   2,0   1,8   8,1 
Aflossingsverplichtingen  -   -   -   -   -   - 
Financiering o/g  -   -   -   -   -   - 
Uitgaven aan verbindingen  -2,5   -2,0   -1,5   -2,0   -1,8   -9,8 
Saldo financieringskasstromen  -2,5   -2,0   -1,5   -2,0   -1,8   -9,8 
Saldo kasstromen totaal  -1,2   -0,5   -   -   -   -1,7 
Liquide middelen verbindingen per 31-12  2,8   2,3   2,3   2,3   2,3   5,7 

Stichting Dudok Wonen heeft twee dochterondernemingen. Dit zijn Goois Wonen B.V. en Dudok Ontwikkeling B.V. Alleen in Goois Wonen B.V. vinden activiteiten plaats. De cijfers hebben daarom vrijwel uitsluitend betrekking op Goois Wonen B.V. 

Uit figuur 6.11 blijkt, dat het saldo aan inkomsten en uitgaven in Goois Wonen B.V. € 8,1 miljoen positief is in de periode 2025-2029. De uitgaven aan verbindingen bestaan uit voorgenomen dividenduitkeringen aan Stichting Dudok Wonen voor een bedrag van in totaal € 9,8 miljoen. Goois Wonen B.V. draagt substantieel bij aan de investeringskracht van Dudok Wonen en heeft een positieve invloed op de geconsolideerde financiële positie en kengetallen van Dudok Wonen.

Goois Wonen draagt substantieel bij aan de investeringskracht
van Dudok Wonen

6.4 Treasury

Alle kaders en activiteiten op het gebied van treasury zijn beschreven in ons Reglement Financieel Beleid en Beheer (RFBB). We hebben dit nader uitgewerkt in ons Treasury Statuut. De financiering op de korte en de lange termijn is geborgd. Hierbij blijven we binnen de wettelijke, door ons aanvaarde risicogrenzen.

Soorten financiële risico’s

We lopen renterisico, herfinancieringsrisico, liquiditeitsrisico en tegenpartijrisico. Het renterisico is het grootst. Bij herfinanciering willen we niet meer dan 15% renterisico lopen.  Het renterisico volgens de Aw/WSW-methodiek komt uit op ‘midden-laag’. De interne renterisiconorm van 15% wordt in 2027 overschreden. Dit betreft de rollover-lening gekoppeld aan de renteswap. Op totaalniveau (herfinanciering én uitbreidingsfinanciering) wordt de signaalwaarde van 15% in 2025 en 2029 overschreden. Dit is het gevolg van de grote nieuwe financieringsbehoefte. Het renterisico op totaalniveau kan worden verkleind door de investeringsambitie te verlagen.

Rentederivaten

Derivaten gebruiken we alleen om financiële (rente)risico’s te verkleinen. Na 2010 hebben we geen nieuwe rentederivaten meer afgesloten. Dus ook in 2024 niet. We weten wat de mogelijkheden zijn van het gebruik van rentederivaten. Toch geven we de voorkeur aan het spreiden en beperken van renterisico’s met traditionele instrumenten. De bestaande derivatencontracten houden we aan, voor zover ze niet leiden tot een ongewenst beslag op de liquiditeit. Op dit moment hebben we nog één renteswap.

(bedragen x €1.000)

Tegenpartij Bedrag nominaal Rentepercentage startdatum einddatum marktwaarde 31-12-2024 Clausule marktwaarde verrekening
    variabel vast        
ING Bank N.V. 25.000 3M euribor 4,52% 30-11-2007 30-11-2027  -1.699.166  Nee

Bepalingen die het toezicht belemmeren

De genoemde derivatencontracten hebben geen bepalingen die het toezicht belemmeren.

Beleggingen

We hebben tegoeden op bankrekeningen bij enkele Nederlandse banken. Deze banken voldoen per 31 december 2024 aan de minimale credit rating (A) voor uitstaande middelen. In 2024 ontplooiden we buiten de kortlopende uitzettingen geen nieuwe beleggingsactiviteiten.

Treasury Statuut

Het Treasury Statuut is ondergeschikt aan het RFBB en geldt voor ons en onze dochterondernemingen. In ons Treasury Statuut is vastgelegd hoe de planning, uitvoering en administratie moeten verlopen. Het gaat hierbij om zaken die samenhangen met beleggingen, financiering en rentemanagement, inclusief financiële derivaten. Het Treasury Statuut is in 2024 geactualiseerd.

Interne organisatie financiële derivaten en beleggingen

Onze treasury-organisatie over het aangaan en de beheersing van financiële derivaten en beleggingen hebben we ingericht volgens de wettelijke bepalingen uit de Woningwet. Deze bepalingen zijn neergelegd in het RFBB en uitgewerkt in het Treasury Statuut. Er is een scheiding tussen de beschikkende, uitvoerende, registrerende en controlerende functies. Dit heet een ‘controletechnische functiescheiding’. Bij iedere financiële transactie vindt autorisatie plaats door 2 functionarissen: het ‘vier-ogenprincipe’. In het Treasury Statuut staat hoe we besluiten op basis van een transactievoorstel nemen en uitvoeren. In de treasury-organisatie hebben deze functionarissen een rol: 

  • De directeur-bestuurder neemt op basis van het Treasury Jaarplan transactiebesluiten die de adviseur Financieel Management opstelt.
  • De adviseur Financieel Management stelt de besluiten op en zorgt voor de voorbereiding en uitvoering van genomen besluiten.
  • De manager Financiën en de externe treasury-deskundige hebben een adviserende rol bij de voorbereiding.
  • De administratief medewerker heeft de registrerende functie

Treasury Rapportages

De directeur-bestuurder ontvangt 3 keer per jaar een Treasury Rapportage. Deze rapportages zijn onderdeel van de P&C-cyclus. In 2024 zijn 3 Treasury Rapportages opgesteld. De (auditcommissie van de) raad van commissarissen laat zich informeren aan de hand van deze rapportages in haar vergaderingen. De accountant heeft een controlerende rol.

Besluitvorming

Minimaal 3 keer per jaar overlegt de Treasury Commissie over treasury-zaken. De Directeur-bestuurder zit de Treasury Commissie voor. In 2024 hield de Treasury Commissie 3 vergaderingen. Eén van deze vergaderingen was de jaarlijkse Treasury Risicosessie.

De Treasury Commissie bestaat uit deze functionarissen:

  • de directeur-bestuurder
  • de adviseur Financieel Management
  • de manager Financiën
  • de externe treasury-deskundige

6.5 Financiële exploitatie

Analyse van het jaarresultaat

Het geconsolideerde bedrijfsresultaat voor belastingen over 2024 bedraagt € 9,2 miljoen (2023: € -21,4 miljoen). De opbouw van dit resultaat wordt in onderstaande grafiek getoond.

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  2024 2023
Exploitatie
vastgoedportefeuille
26.610 24.490
Resultaat verkoop
vastgoedportefeuille
1.357 2.238
Waardeveranderingen
vastgoedportefeuille
-10.438 -39.827
Overige activiteiten -2.703 -2.648
Saldo financiele
baten en lasten
-5.643 -5.629

Figuur 6.5.1: resultaten per activiteit

De winst- en verliesrekening wordt op functionele basis gepresenteerd in de jaarrekening. De functionele indeling geeft een beter inzicht in de samenstelling van de verschillende bedrijfsactiviteiten (verhuur, verkoop en onderhoud) dan de categoriale indeling. Het maakt voor het totale resultaat niet uit of de categoriale of functionele indeling wordt gehanteerd: het onderscheid zit in de wijze van presentatie van kosten en opbrengsten.

Netto resultaat uit exploitatie van de vastgoedportefeuille

Het netto resultaat uit exploitatie van de vastgoedportefeuille bedraagt € 26,6 miljoen. Ten opzichte van 2023 (€ 24,5 miljoen) is sprake van een stijging van € 2,1 miljoen.
De huuropbrengsten over 2024 zijn hoger dan de huuropbrengsten over 2023 (€ 1,4 miljoen). Dit is het gevolg van huurverhogingen, harmonisaties en opleveringen nieuwbouw. Wel was sprake van hogere huurderving dan in 2023 (3,01% versus 2,32% in 2023).

De lasten bedragen in 2024 € 29,2 miljoen (2023: € 30,4 miljoen). De daling is met name het gevolg van lagere onderhoudskosten. De onderhoudskosten zijn met € 2,5 miljoen gedaald naar € 16,4 miljoen (2023: € 18,9 miljoen).

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  Lasten servicecontracten Lasten verhuur en beheeractiviteiten Lasten onderhoudskosten Overige directe operationele lasten exploitatie bezit
2024  2.438   7.307   16.383   3.114 
2023  2.972   5.653   18.910   2.914 

Figuur 6.5.2: lasten exploitatie vastgoedportefeuille

Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

Het netto resultaat verkoop vastgoedportefeuille over 2024 bedraagt € 1,4 miljoen (2023: € 2,2 miljoen).

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  2024 2023
Verkoopopbrengst
astgoedportefeuille
8.402 10.905
Toegerekende
organisatiekosten
-1.340 -1.091
Boekwaarde verkocht
vastgoedportefeuille
-5.705 -7.576

Figuur 6.5.3: resultaat verkoop vastgoedportefeuille

Het resultaat is  lager dan 2023. In 2024 werden 22 woningen verkocht en 9 KGK bijkopen grond. In 2023 waren dit 43 woningen en 5 KGK bijkopen grond.

Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

De waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestaat uit de mutatie in waardering van de marktwaarde van de post vastgoedbeleggingen op de balans. Deze post bestaat uit de marktwaarde van de Daeb en niet-Daeb vastgoedbeleggingen in exploitatie; Kopen naar Wens en het vastgoed in ontwikkeling ten behoeve van de eigen exploitatie.

De waardeveranderingen in 2024 kunnen als volgt worden weergegeven:

Bovenstaande grafiek in tabel-vorm:

  2024 2023
Overige waardeveranderingen
vastgoedportefeuille
-2.176 -3.810
Waardeveranderingen
vastgoed in exploitatie
-10.385 -32.942
Waardeveranderingen
Kopen naar Wens portefeuille
2.123 -3.075

Figuur 6.5.4: niet-gerealiseerde waardeveranderingen

Het totale waarderingsresultaat voor deze posten is voor 2024 € -10,4 miljoen. Dit is met name het gevolg van de waardedaling van € -10,4 miljoen voor het vastgoed in exploitatie (2023: € 32,9 miljoen). Deze waardedaling is het gevolg van bijstelling van de parameters en uitgangspunten bij de waardering op basis van de marktwaarde.
De waardering van het product Kopen naar Wens is gestegen met € 2,1 miljoen (2023: € -3,1 miljoen). Dit is het resultaat van de indexering en de stijging van de marktwaarde van de Kopen naar Wens contracten. Daarnaast is er aan overige waardeveranderingen € -2,2 miljoen verantwoord (2023: € -3,8 miljoen). Dit komt met name door een dotatie aan de voorziening onrendabele investeringen vastgoed in ontwikkeling.

Het resultaat van de waardeveranderingen leidt niet tot een kasstroom. Aan het bepalen van de waardeveranderingen liggen schattingen en veronderstellingen ten grondslag. We volgen hierbij de standaardmethodiek en parameters (‘basiswaardering’) zoals voorgeschreven in het handboek Marktwaardering 2024.

Saldo financiële baten en lasten

Het saldo van de financiële baten en lasten bestaat uit rentebaten en rentelasten. In 2024 bedroeg het saldo financiële baten en lasten € 5,6 miljoen negatief, gelijk aan het saldo in 2023 . Dit betreft met name de rente op langlopende schulden en derivaten.

6.6 Marktwaarde en beleidswaarde

In de jaarrekening wordt de waarde van het vastgoed op de balans weergegeven op basis van marktwaarde. In de toelichting wordt inzicht in de beleidswaarde gegeven. Tot op heden was de beleidswaarde een afgeleide van de marktwaarde. Met ingang van de jaarrekening over boekjaar 2024 is een nieuwe bepaling van de beleidswaarde van kracht. Beoogd wordt hiermee meer zicht te geven op de impact van beleidskeuzes op het rendement van woningen. Het reflecteert dus beter het beleid van de corporatie dan de vorige methodiek.

Nieuwe beleidswaardemethodiek

De beleidswaarde is niet langer een afgeleide van de marktwaarde, maar wordt bepaald op basis van eigen huur- en onderhoudsbeleid. Hierbij wordt uitgegaan van een exploitatieperiode van 60 jaar. De exploitatieperiode van 60 jaar wordt gehanteerd om zo een “eeuwig durende” exploitatie te benaderen. 

De discontovoet wordt volgens de WACC-methode berekend, dus op basis van de gemiddelde gewogen vermogenskostenvoet. De disconteringsvoet is voor alle corporaties hetzelfde, ongeacht verschillen in regio, vermogensverhoudingen en specifieke risico’s. Wel wordt onderscheid gemaakt tussen de Daeb en de niet-Daeb portefeuille. De uniforme disconteringsvoet heeft de voorkeur gekregen omdat corporaties hiermee makkelijker vergelijkbaar worden en de beleidswaarde minder volatiel is. 

Beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie

De beleidswaarde ultimo 2024 bedraagt € 820,8 miljoen (inclusief projecten).

Meer inzicht in de totstandkoming van de beleidswaarde en gehanteerde uitgangspunten is opgenomen in de jaarrekening.